1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 27
23
^
II
i
Het is eene vorming van bindweefsel, die het volkomen verdwijnen van de ovula na zich sleept. Voor de foUikels komt flbreus weefsel in de plaats en reeds vier jaren na de menopause vindt men niets meer. Die ovarien schrompelen en laten eene duidelijke volumenvermindering zien, eene ware atrophie. De overgang van follikels in flbreus weefsel is voorafgegaan door eene vettige degeneratie der ovula en der cellen van de membrana granulosa, in de plaats waarvan jong bindweefsel verschijnt, gevuld met ronde cellen. De schrompeling der ovarien is nog niet voldoende opgehelderd. Beter is 't bekend bij de lagere Vertebrata, van de vogels af. Hierbij is geen gebrek aan vascularisatie, maar integendeel proliferatie van vaten. Bij de vrouw en de zoogdieren is men nog niet geheel op de hoogte; men vermoedt echter dat hierbij een groot verschil op te merken valt, wat de atrophie betreft. In elk geval is dus hier eene atrophie in eene periode, waarin de weefsels voldoende kunnen gevoed worden. Men moet hier zeer waarschijnlijk denken aan de worsteling der cellen, ovula eenerzijds en granulosacellen anderzijds. Het ei, ongeschikt geworden zich te verdedigen, wordt door omringende cellen aangevallen en verslonden om daarna in bindweefsel te veranderen. Het zou te ver voeren, wilden we in extenso de atrophieön van de verschillende organen bespreken, zooals dit door Metchnikov in dit artikel gedaan is. Achtereenvolgens worden nagegaan de atrophie der tubae, der testikels, van den penis, van de lever en de nieren en van het centrale zenuwstelsel. Nog even willen we stilstaan bij de huid. Veel heeft men zich beziggehouden met de huidrimpels, een van de teekenen van den ouderdom, die zoo typisch is en vaak zoo vroeg optreedt. De resultaten van de onderzoekingen dienaangaande zijn echter vrij sober. Eenstemmigheid heerscht daarin, dat men eigenaardige veranderingen waarneemt in de elastische vezels van de oppervlakkige laag van de huid. Deze vezels worden dikker, loepen gekruist dooreen en ondergaan dikwijls eene colloïde degeneratie, in tegenstelling met het elastisch weefsel van de diepe lagen, waar eene normale structuur aanwezig is. Aan het bindweefsel zijn enkele teekenen van atrophie te ontdekken, het wordt dunner dan in de jeugd. Men vindt 't dikwijls gevuld met ophoopingen van ronde en langwerpige cellen. Terwijl verscheidene schrijvers, met Unna aan 't hoofd, dit als een bijzonder karakter van de seniele huid beschouwen, nemen anderen, Orbante b.v., die eene monographie over de huid der grijsaards schreef, het tegendeel aan. In elk geval is men nog niet volkomen op de hoogte met de rol dezer cellen, noch met den oorsprong van de veranderingen der oppervlakkige elastische vezels. De epidermis en an-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's