Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 169

Bekijk het origineel

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 169

3 minuten leestijd

163 men, volgens Haacke althans, tot de consequentie komen, dat men het organisme alleen uit het standpunt der mechanica moet beoordeelen. Het helpt niet, of men met Weismann al determinanten of iden in de kiem aanneemt; de afzonderlijke organen kunnen niet zelfstandig varieeren; het geheele organisme moet beschouwd worden als een bepaald evenwichtsstelsel; de neo-praeformisten hebben dit maar al te veel uit het oog verloren. Ook Darwin neemt zeer ten onrechte een zelfstandig varieeren des lichaamsdeelen aan, maar Haacke durft bijna niet tornen aan zijne theorie, want deze is langzamerhand tot een dogma geworden dat niet meer aangeraakt mag worden. Maar hij acht het toch de schuld van Darwin's theorie, dat zoo vele zoölogen en botanici volmaakt onbekend zijn met de grondwetten der organische ontwikkeling. Na dit alles uitvoerig te hebben nagegaan komt Haacke ten slotte tot de overtuiging, dat de organische ontwikkeling niet op praeformatie, maar op epigenesis berust. Maar hoe verklaart hij zich dan de erfelijkheid van verworven eigenschappen? Daartoe roept hij de volgende vernuftige hypothese te hulp. De kiemcellen hebben hun bepaalden bouw te danken aan het kiemplasma, dat uit kleine kristalgroepen bestaat van een bepaalden vorm met polen van aantrekking en afstooting. Deze kristalgroepen ordenen zich op eene vaste wijze in de cel en daaruit ontstaat de vorm van het organisme, dat zich uit de kiemcel ontwikkelt. Volgens de hypothese van Haacke leggen de plasm akris tallen zich eerst samen tot samengestelde lichamen, die op hunne beurt weder cellen vormen. De plasmakristallen bestempelt hij met den naam van gemmen, de samengestelde lichamen met dien van gemmariën. De gemmen stelt hij zich voor als rhombische zuilen, die zich met de grondvlakten tegen elkander aan liggen en aldus rijen van zuilen vormen. Deze zuilenrijen leggen zich in de lengte tegen elkander en vormen dan bundels. Wanneer de zuilenrijen in de bundels zich tegen elkander verschuiven, krijgt men op dwarse doorsnede telkens ook een ander aanzien. De gemmen vormen als het ware magneten van een bepaalden vorm, die gezamenlijk andere samengestelde magneten vormen. Met behulp van deze gemmariëntheorie tracht Haacke zich nu het mechanisme van de erfelijkheid der verworven eigenschappen op de volgende wijze te verklaren. De gemmarién zijn in de kiemcel overeenkomstig de verdeeling hunner polen om een gemeenschappelijk middelpunt geordend en daardoor verkrijgt de cel een bepaalden vorm. De dochtercellen, die met elkander verbonden blijven en elkander onderling dus aantrekken, moeten zich op dezelfde wijze gedragen als de gemmarién, waaruit

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 169

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's