1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 197
191 De voorstellingen over God en wereld, mensch en leven zijn geheel andere, zijn volgens Haeckel zelfs bij liberale protestantsche dominees geheel anders dan bij technici, chemici, geneesheeren en philosophen. Deze zouden de natuur nauwkeurig hebben waargenomen, bij gene (van het ultramontane papisme en de orthodoxe evangelische richtingen, die beide evenver gevorderd zijn in het niet kennen der werkelijkheid en in de leer van het sterkste bijgeloof, wil hij niet eens spreken) is de onontbeerlijke natuurkennis niet te vinden. Theologen en philologen blijven in de strikken der dogmata verward en verlangen dat de rede zich onder de „hoogere openbaring" buigen zal. De beoefenaars der natuurwetenschappen hebben dit standpunt vaarwel gezegd. Zij weten dat de middelen en wegen, die we te volgen hebben, om de groote wereldraadsels op te lossen, dezelfde zijn, als die van de zuivere wetenschappelijke kennis in 't algemeen, in de eerste plaats de ervaring, in de tweede plaats de gevolgtrekking. Het eerste wordt verkregen door waarneming en experiment, voor de gevolgtrekkingen zijn noodig induktie en deduktie. De meer ingewikkelde hersenwerkingen zijn evenals de meer eenvoudige, funkties der gangliencellen en alle te zamen worden vereenigd in het hoogste begrip: de rede. Alleen iemand die deze richting was toegedaan, zou een theoloog kunnen zijn en op den naam van wetenschappelijk man aanspraak kunnen maken, en alleen bij zulk een geleerde zullen de technici, medici, enz. weer te kerk komen. Deze consequenties zijn in hooge mate leerzaam voor hen, die meenen dat geloof en wetenschap gescheiden kunnen worden. Maar het succes van een boek als dat van Haeckel heeft ook ons wat te zeggen. Het zou hoofdzakelijk daaraan te danken zijn, meent Prof. Adickes van Kiel, in zijn vinnige critiek op dit werk, dat onze tijd, die de natuurwetenschappen overschat, beslist antichristelijke en antikerkelijke neigingen heeft. Zal het theïsme misschien uitsterven, en de genoemde criticus is van die meening, want het kan niet weerlegd worden? Deze vraag voor ons stellen is haar beantwoorden. Het kan niet weerlegd worden, maar zal evenmin uitsterven. God regeert. Zal het echter krachtig optreden en zijn recht van bestaan doen gelden, dan is het noodig, dat meer dan vroeger de aandacht geschonken worde aan de natuurwetenschappen. Daarvoor moet door elk wetenschappelijk mensch ingezien worden, dat de zichtbare wereld evengoed een schoone, rijke openbaring Gods is als de geestelijke. Voor alles moeten echter de speciale beoefenaars der natuurwetenschappen positie innemen. Zij moeten gaan inzien, dat er zulke principiëele verschillen
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's