1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 61
57 welche die ihnen allen gemeinsamen und deshalb von kelner von ihnen innerhalb ihres speciellen Gebiets zu behandelnden Bedingungen des wissenschaftlichen Erkennens, die Gegenstande der Erkenntnisstheorie, der Logik und der wissenschaftlichen Methodologie untersucht, welche uns ferner über die Herkunft, den Sinn und die Geltung derjenigen Begriffe und Grundsatze unterrichtet, deren sich alle Wissenschaften bedienen und die eben deshalb von ihnen allen vorausgesetzt, aber von kelner geprüft werden; welche endlich die Ergebnisse aller einzelner Wissenschaften mit einander in einen inneren Zusammenhang bringt, indem sie nachweist, wie sich dieselben mit einander vereinigen lassen, inwiefern sie sich gegenseitig bedingen und modiflciren, was für ein Weltbild wir durch ihre wissenschaftliche Verknüpfung erhalten, und welche Anforderungen an unser eigenes Verhalten sich aus der so gewonnenen Weltansicht ergeben." Vooral ook willen we wijzen, waar het deze materie geldt, op de bekende rede van Hermanides (Gen. Courant, 4 Sept. 1898), waarin hij zich uitlaat over het groote euvel, dat bij de beoefenaars der natuurwetenschappen zoo algemeen is, zich niet te bekreunen over den bodem, waarop de wetenschap rust. Hij noemt daarbij als oorI zaken o. a. het ontbreken van het onderwijs in de wijsbegeerte voor de a. s. genees- en natuurkundigen en de gejaagdheid en overhaasting, waarmede menig wetenschappelijk onderzoeker te werk gaat. Op deze twee punten moet nog nader worden ingegaan. Dat onze opleiding zoo was, dat geen plaats verleend werd aan de studie der wijsbegeerte en dat slechts een enkele uit liefhebberij wel eens de philosophische colleges bezocht, daaraan valt niets meer te veranderen. Maar het is eene andere vraag of het niet onze plicht is, het verzuimde in te halen, of we niet zelf de hand aan den ploeg moeten slaan, waar het zulk een gewichtig gebrek geldt. Daarvoor zullen we ons moeten gewennen, en nu nader ik het volgende punt, op eene andere wijze dan gewoonlijk te studeeren. Onze gejaagde tijd brengt gejaagd en overhaast werk, en daardoor zoo oppervlakkig, dat bijzondere inspanning bij die studie volstrekt niet noodig is. De tijd van de groote romans is voorbij en heeft plaats gemaakt voor den tijd der novellen; de tijdschriftartikelen worden duizelingwekkend in aantal en de referatenmakers zorgen er voor dat deze compact onder de oogen van allen komen, De referatenmakers hebben zelf geen tijd om wat uitgebreider werken te bestudeeren, want de markt moet steeds gevuld blijven. Vooral wij, medici, zijn dus in slechte condities om nog eens een nieuw studievak te beginnen, want daarbij moet men vooral tijd hebben „tot denken, tot nadenken, tot doordenken, tot overdenken" (Hermanides). En de ijdelheid der menschelijke natuur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's