1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 106
100 zijn begin, in zijn armoe en onwetendheid waren deugdzaam en floreerden. De Wilden in Amerika kenden zelfs de namen der ondeugden niet. De communicatie tusschen de volkeren, vrucht der wetenschap, heeft niet de deugden overgebracht, maar de ondeugden; de zeden aan het klimaat eigen, worden daardoor bedorven. Rousseau erkent wel, dat de wetenschappen niet al het kwaad hebben veroorzaakt; maar zij hebben er een goed deel aan; zij geven aan onze ondeugden een schoenen glimp, den schijn van eerlijkheid, die ons belet de vreeselijkheid er van te zien. Tot zoover Rousseau! Zou deze Fransche geleerde gelijk hebben? Staat hij alléén in zijn oordeel? Als hij gelijk heeft, mag onze Vereeniging, die toch de beoefening der wetenschappen bedoelt, dan voortgaan met haar arbeid, en dient zij niet zoo spoedig mogelijk ontbonden te worden? Immers het kan nimmer Gods wil zijn, die dingen te bevorderen, die de onzedelijkheid in de hand werken. Een vorige maal toonden wij aan, dat de wetenschap op geloof rust. En geloof en zedelijkheid zijn voor ons onafscheidelijk, terwijl het geloof zonder de werken dood is en wij van een „morale indépendante" niet willen weten.
Rousseau stond niet alleen in zijn oordeel. Gij kent de schets van Lessing's Faust. Ik herinner u aan het pluimpje, dat Satan dien duivel gaf, die aan een jongehng met groote gave de zucht tot philosophie had ingeblazen. Satan was overtuigd dat daardoor deze jongeling voor God verloren w a s . . . . en niet alleen hij, maar ook de geheele school die hij eenmaal zou stichten. Indien de prijsvraag van de academie van Dy on thans eens werd uitgeschreven, nu de wetenschap een hoogere phase is ingetreden en zulk een vlucht genomen heeft als geen vorige eeuw heeft mogen zien, nu de menschheid in de gelegenheid is geweest zich anderhalve eeuw langer in de praktijk der zedelijkheid te ontwikkelen, hoe zou thans het antwoord luiden? Laat ons eenige stemmen beluisteren: De stem van Lefèvre (La religion 1892j. Hoort wat zij zegt: „L'avenir est a la science" — wij gaan een heerlijke toekomst tegemoet, als de maatschappij zich geevolutionneerd heeft uit „la phase embryonaire de l'état théologien." De stem van Ren an: „La science restera toujours la satisfaction du plus haut dósir de notie nature: la curiosito; elle fournira toujours
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's