1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 79
75 Het bovenste einde van den fenur is met een kraan te vergelijken. Culmann bemerkte, bij 't bekijken der Meijersche praeparaten, dat de spongiosabalkjes op vele plaatsen van 't menschelijk lichaam in dezelfde lijnen opgebouwd zijn, die hij voor zulke lichamen geleerd had te teekenen, die gelijke vormen hebben als de betreffende beenderen en aan dezelfde krachtwerkingen zijn blootgesteld als deze. Hij teekende nu een been, waaraan hij de omtrekken gaf van een menschelijken feraur en bij welke hij de statische verhoudingen aannam, zooals ze bij den mensch gevonden worden. In dezen kraan liet hij onder zijn toezicht de zoogenaamde Zug- und Drucklinien door zijne leerlingen teekenen. Er bleek, dat deze lijnen inderdaad geheel en al identisch waren met die, welke de natuur aan 't bovenste einde van den femur door de richtingen, die zij hier aan beenbalkjes gegeven heeft, in werkelijkheid uitgevoerd heeft (naar Wolff). Zelfs na een fractuur treedt eene nieuwe architectuur op, die aan de nieuwe statische verhoudingen beantwoordt. Een enkel woord over de physiologie en de pathologie. Het was op het gebied der physiologie zoo gemakkelijk eene mechanische verklaring aan te nemen. Küersecretie en darmresorptie b. v. kunnen als diiïusie en endosmose opgevat worden, bij de afzondering van urine zou een eenvoudig filtratieproces plaatsgrijpen. Maar men had vergeten rekening te houden met de specifieke werkingen der cellen (Hertwig, Zeit- und Streitfragen der Biologie). Zagen we nog niet onlangs in het Tijdschrift voor Geneeskunde, dat de meeste dierlijke cellen permeabel zijn voor ureum en dat juist het protoplasma van het blaasepitheUum niet permeabel is; beide eigenschappen zoo doelmatig mogelijk en van wijde strekking. In mijn vorige voordracht sprak ik over de teleologische opvatting der antitoxinen en der immuniteit. Deze beschouwingen kunnen ook na de zijketentheorie van Ehrfich gehandhaafd blijven. Zoo wordt de brug gevormd tot de therapie. Ik weet niet of men daar wel ooit voldoende met beginselen rekening heeft gehouden, waarbij zoowel aan de aüopathie als aan de homoeopathic gedacht wordt. Hierbij is hoofdzakelijk de empirie aan 't woord geweest. Uitdrukkelijk dient hierbij gevoegd, dat van de zijde der homoeopathen, waarbij, naar men meldt, vele Christelijke medici zich aangesloten hebben, voor zoover mij bekend, nooit eenige poging is gewaagd om te bewijzen, dat hun standpunt iets zou te maken hebben met 't principieel Christelijke. Indien in sommige gevafien het „similia simüibus curantur" waarheid bevat, dan kunnen we ons niet voorstellen, dat ernstige mannen deze therapie voor die gevallen niet zullen overnemen, maar dan dient men ook te komen met deugdelijke bewijzen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's