1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 178
172 luut gelijk; overal behoort differentiatie en onderscheid te zijn, zooals ook het menschelijk lichaam duideliyk aantoont. Er moet echter evenwicht bestaan tusschen datgene, wat de Staat voor de beroepsklasse en wat de beroepsklasse voor den Staat doet. Ten slotte berust alle zedelijkheid en recht op niet anders dan op de leer van het evenwicht, de grondwet voor de geheele natuur, waarin men overal toenemend evenwicht en meerdere volmaking uit inwendige noodzakelijkheid terugvindt. In korte trekken heb ik getracht de hoofdzaken uit het werk van Haacke te schetsen en mij dunkt, iedereen zal mij moeten toestemmen, dat men hier tot in de uiterste consequentie eene zuivere mechanische wereldbeschouwing voor zich heeft. Of de schrijver er echter in geslaagd is zijn doel te bereiken en eene verzoening heeft tot stand gebracht tusschen godsdienst en wetenschap, ziedaar eene vraag, die in mijn oog althans, zonder eenige aarzeling ontkennend moet worden beantwoord. Reeds met de ontkenning, dat de wereld uit niets zou geschapen zijn, wordt een standpunt ingenomen, dat lijnrecht staat tegenover dat van den geloovige, zoodat van eene verzoening hier nooit sprake kan zijn. De levende stof zou volgens Haacke bestaan uit plasma-kristallen, gemmarien en gemmen, maar deze leer is al bijzonder weinig in overeenstemming met de werkelijkheid, vooral als men let op den uiterst samengestelden bouw, zelfs van het meest eenvoudige levende wezen, dat toch altijd in een min of meer vloeibaren toestand verkeert; corpora non agunt nisi soluta, en daarmede heeft men reeds een onoverkomenlljk bezwaar voor de gemmarien-theorie uitgesproken. En waar gesproken wordt van bezielde Ur-atomen, die elkander aantrekken en afstooten, daar komt men natuurlijk geheel op het terrein der fantasie en wordt tevens aan de ziel eene volkomen subjectieve beteekenis toegekend, die alleen gelden kan in eene mechanische wereldbeschouwing. De bezielde Ur-atomen, die ten grondslag liggen voor de geheele theorie door Haacke opgebouwd, kunnen de moeilijkheden niet oplossen maar alleen verschuiven. Ook aangaande de werkzaamheid van onze hersenen en het ontstaan der idealen maakt Haacke zich een al te eenvoudige en gemakkelijke voorstelling: waar ons nog zoo weinig bekend is omtrent den bouw van het centrale zenuwstelsel en zelfs het vraagstuk der continuïteit of der contiguiteit nog niet eens is opgelost, terwijl de funciie der zenuwcellen nagenoeg geheel in het duister is verborgen, daar gaat het toch niet om hier alleen te spreken van eene eenvoudige vraag naar het evenwicht. En welk eene wereld van willekeur en
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's