1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 69
65 pen aangewend. Zij werken evenals de andere met de begrippen, niet met de dingen zelf. De waarneming staat onder den invloed van subjectieve elementen, n.l. van individueele eigenaardigheden in de functie der zintuigen, van de apperceptie, die de voorstellingen verbindt en van den wil, die de waarneming in een zekere richting leidt, terwijl deze invloeden ook werken op den experimentator. Noemen we ter illustratie van de laatste punten den naam van Lombroso om ons te overtuigen van de waarheid, die in deze opmerkingen schuilt. Alsnu overgaande tot de meer bijzondere taak, die ons opgedragen is, komen we tot de studie der biologische wetenschap. Ik spreek hier met opzet van de biologische wetenschap, de wetenschap van het leven. In de eerste plaats komt hierbij de vraag in aanmerking: hoe is het leven ontstaan, het leven, dat zich uit in het protoplasma van plant en dier en van den mensch. Voor den Christen is hierop het antwoord gegeven in Gen. I. Deze beschouwing moet ons fundament zijn, waarop we verder bouwen, daaraan mag niets toegevoegd en daarvan mag niets afgedaan worden. Een bewijs hebben we niet, dat gelooven we. Daartegenover staan de verschillende hypothesen, die gegeven zijn door hen, die dit standpunt niet innemen. Ik zal u niet vermoeien al deze hypothesen op te noemen, ge kunt ze vinden bij Tilmann Pesch e. a., maar wie deze hypothesen onbevooroordeeld bespreekt, zal hare onwaarschijnlijkheid aanstonds toegeven. Terloops zij alleen gewezen op de voorstelling van Sir William Thomson, thans Lord Keivin, door niemand minder dan Helmholtz verdedigd. Hij heeft deze uitgesproken in 1871 in zijne rede als voorzitter van de British association. De aarde zou eenmaal in een gloeiend vloeibaren toestand hebben verkeerd, waarop geen leven kon bestaan. Toen de aarde ten gevolge van afkoeling bewoonbaar werd, moest het leven van buiten worden aangevoerd en nu stelt hij zich voor dat dit door meteoorsteenen kan zijn geschied. Afgezien van het ernstige bezwaar, waarop Dr. Beijerinck (De biologische wetenschap en de bacteriologie) wijst, n.l. dat eerst dan een wetenschappelijk karakter daaraan kan worden toegekend, wanneer zich laat aantoonen dat de toestand van het latente leven in sommige organische wezens, zoo goed als oneindig lang kan voortbestaan (denk aan de ontzettende afstanden, waardoor de zonnestelsels van elkander gescheiden zijn), geeft zij toch het doorslaand bewijs, dat men liever alles aanneemt, zonder den geringsten schijn van waarheid, dan aan het wonder te gelooven. De vroolijke Carl Vogt roept zelfs lachende uit: „zoo zou dan het leven de wandelende Jood zijn van de wereldruimte, onzeker en eindeloos rondzwervend van planeet tot planeet."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's