1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 194
188 steeksel heeft zooveel opgang gemaakt doordat de ontsteking daarvan algemeene bekendheid heeft verkregen. Toch kan ook hier de ervaring wel tot andere conclusies komen. De bekende Dr. Kohlbrugge, die zooveel reeds gedaan heeft ter bestrijding van het op den voorgrond plaatsen van het atavisme, heeft in een voordracht, op het Natuur- en Geneeskundig Congres in 1901 gehouden, aangetoond, dat we ook met onze beschouwing over het wormvormig uitsteeksel voorzichtig moeten zijn. Als zijne onderzoekingen algemeen bevestigd worden, zou men niet van een gevaarlijk onnut orgaan maar van een hoogst gewichtig orgaan moeten spreken. Het is niet te ontkennen dat het gemakkelijker is van onnutte organen te spreken, het komt immers zoo Juist overeen met de vooropgestelde hypothesen, dan een onderzoek naar de doelwerking in te stellen. Bij de laatste opvatting moeten vragen aan de natuur gesteld worden en wordt naar een oplossing gezocht, bij de eerste is men kant en klaar zonder zelfs nauwkeurig onderzoek te doen. Ik behoef niet te beslissen welk standpunt in deze het meest wetenschappelijke is. De mechanische verklaring mag niet omver geworpen worden, al moet men ook met de generatie aequivoca rekening houden. Ik deelde u reeds mede, dat Pasteur en Virchow deze generatie aequivoca veroordeeld hebben. Toch moet men er aan gelooven omdat anders het gewichtigste principe, het causale verband, moet losgelaten worden. Wie ernstig denkt, gevoelt dat we of het eene of het andere moeten laannemen of een causaal verband zonder eenige uitzondering of de 'mogelijkheid van wonderen. Hier houdt ook alles op, een bewijs van I een van beide is niet te geven; het is een zaak van 't geloof. Men ' behoeft echter niet bevreesd te zijn dat de natuurwetenschap daarom ; zou verdwijnen indien men de wonderen aanneemt; de namen van Boyle, Kepler en Newton zijn daar om te bewijzen dat een vruchtbare beoefening dier wetenschap daarmee goed kan samengaan. Met opzet heb ik de beschouwing over de psychische verschijnselen voor 't laatst bewaard. Het bestaan van een onsterfelijke ziel, die zich fundamenteel onderscheidt van de ziel der lagere organismen, is zoo allesbeheerschend bij den geloovige, dat ik op een dankbaar gehoor had kunnen rekenen, indien ik alleen daarover het woord genomen had om te betoogen, dat de scheiding hier een absolute is. Op natuurlijken weg uit de ziel van het dier ontstaan, een complex van hersenfuncties staat tegenover het beginsel dat God den mensch maakte tot een levende ziel. De opvatting dat de ziel door de materie zou kunnen verklaard worden, dat 't psychische direct afhankelijk is van de materie, is langzamerhand opgeborgen. Meestal wordt tegenwoordig gesproken van twee groepen van verschijnselen die even-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's