1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 113
107 De wetenschap in het algemeen. Wat is in het algemeen de psychologische reden, waarom de mensch naar de wetenschap grijpt? Men zou kunnen antwoorden: het psychisch instinct, aangeboren aanleg. De mensch is op wetenschap aangelegd; — maar hiermede verklaart men niet veel. Nadere psychologische analyse leert, dat liefde voor de wetenschap als zoodanig, liefde tot God — die de wijsheid zelve is — om Zijne werken te kennen, de lust om nuttig te zijn, het streven naar een maatschappelijke betrekking, streven naar roem, ijdele zelfverheffing, nieuwsgierigheid, twistgierigheid, navolgingszucht en andere psychische eigenschappen, redenen zijn waarom de mensch zich op wetenschap toelegt. Men ziet, dat een mengeling van goede en verkeerde psychische eigenschappen tot de beoefening der wetenschap leidt. Hieruit mogen geen conclusion getrokken worden. Rousseau heeft geen recht te beweren, dat, wijl de wortel niet goed is de vrucht niet deugt. Die bewering gaat mogelijk botanisch op, maar overdrachtelijk niet. Vergelijkingen zijn geen bewijzen. Zonde kan tot bekeering d. i. tot ware deugdsbetrachting leiden. Laat ons de stem der ervaring vernemen: A. Algemeen. I. Wat leert de wetenschappelijke ontwikkeling van een volk in het algemeen'? Gelijk reeds gezegd is, zou de Duitsche „meester" de beslissing hebben gegeven aan den Pransch-Duitschen krijg. Laat dit zijn — eer dit feit als bewijs kan gelden voor den goeden invloed van de wetenschap op de moraal dient bewezen te worden, dat een overwinning op het slagveld en speciaal deze overwinning haar grond heeft in grootere zedelijke eigenschappen van het overwinnende dan van het overwonnen leger. De zedeliike eigenschap hier bedoeld en door Rousseau nog al op den voorgrond gesteld, is de moed. Moed geldt in het algemeen voor een zedelijke eigenschap. De grens evenwel tusschen moed en overmoed is moeielijk te trekken; en overmoed mag toch zeker niet tot de zedelijke eigenschappen van den mensch gerekend worden. De krijgsmoed slaat zoo licht en ongemerkt in overmoed over, en uit zich dan in onzedelijke handelingen, soms in de woestheid van het wilde dier. Velen achten lederen oorlog onzedelijk wijl zij eene menschenslachting is, en aarzelen aan den moed in den krijg betoond, zedelijke eigenschappen toe te kennen. Doch laat ons de algemeene stelling: moed een zedelijke eigenschap, aannemen, dan is nog niet bewezen, dat de overwinning der Duitschers aan hoogeren graad van deze soort zedelijkheid is toe te
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's