1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72
68
staartvorming bij den mensch en over de spieren en periphere zenuwen der Primaten. Voor Kohlbrugge zijn: Alle sogenannte atavistische Anomalien neutrale Variationen, neutral in Bezug auf den gegenwartigen oder zukünftigen Eassentypus, hervorgerufen entweder durch Variation oder durch Entwicklungshemmung. Die Hemmungen werden durch meist unbekannte, zufallige Störungen veranlasst, die sich meistens durch ungleichmassige Verteilung der Wachstumsenergie aussern. Die Variationen beruhen auf der Variationsfahigkeit um ein Mittel, darum werden die Variationen stets den Charakter einer progressiven oder retrogressiven Entwicklungsrichtung vortauschen. (Kohlbrugge, „Der Atavismus"). Ook een voorstander van de descendentietheorie, Emery, spreekt een kloek woord tegen de overdrijving van het atavisrae en meent dat scherpe kritiek veel zal moeten laten vallen (Biol. Centraalblatt 1896, p. 344). Wanneer zullen kundige palaeontologen opstaan om zich te stellen tegenover den bekenden Marsh, die zeide: to doubt evolution to-day is to doubt science; and science is only another name for truth. Ik moet bekennen, dat juist de palaeontologische verzamelingen suggestief werken. Meermalen bezocht ik, tijdens mijn verblijf in Weenen, het Naturhistorische Hofmuseum en telkens kwam het bij mij op, dat daar nu toch de duidelijke bewijzen aanwezig waren, dat Darwin gelijk had. En later de werken van Romanes bestudeerend kwam weer die suggestieve werking van de palaeontologie. Wel restricties, maar toch het was zoo eenvoudig en klaar. Het was mij daarom bijzonder welkom, toen ik, de „Archives du Musée Teyler" doorbladerend, de studies tegenkwam van Dr. Meunier en bemerkte, dat deze geleerde volstrekt niet te vinden is voor het transformisme. Mag ik daarom, nu verscheidenen onzer, misschien eveneens leeken op het gebied der palaeontologie, waarschijnlijk denzelfden gedachtengang hadden, aan Meunier even het woord laten? In de Archives van 1897, pag. 222, het volgende: Le transformisme darwinien est grandiose, quand on l'examine au raoyen des lumières de la philosophic entomologique. Cependant on peut déja avec les seuls documents, que nous possédons en ce moment, se convaincre, que la these de l'illustre naturaliste anglais est loin de pouvoir être acceptée par la foule des penseurs. L'entomologie fossile est encore assise sur des bases trop chancelantes pour oser se permettre de formuler des conclusions générales. Dans d'autres domaines de la paleontologie animale les travaux de specialistes ne font que réculer davantage la solution du problème. — Plus tard, les restes d'insectes, dont l'étude avait d'abord été negligee par les naturalistes et qui maintenant ont
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's