Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

Bekijk het origineel

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

3 minuten leestijd

148 wezig zijn. Dit was 't geval bij de Alaeocharinae, een onderfamilie der Staphylinidae. Een van die soorten, die de voorvaderen van Dinarda representeert, sloeg de richting in naar het „Trutztypus". Doordat de mieren de vreemde tafelgenooten zochten te dooden, bewerkten ze een soort „indirekte teeltkeus." De Dinardasoorten werden nu verder gedifferentieerd door de verschillen die de mierengastheeren aanboden. Waarneming en experiment bevestigen dit. De Dinarda kan zich n.l. alleen daar onttrekken aan de aanvallen der gastheeren, waar een bepaalde verhouding bestaat tusschen zijn lichaamsgrootte en het nest van den gastheer. Wordt deze verhouding veranderd, dan kan zelfs de normale Dinardasoort in groot gevaar komen verdelgd te worden. Schijnbaar geringe eigenschappen van aanpassing zijn dus van belangrijke biologische beteekenis. Komt er daarom omgekeerd een gunstige verandering wat de onderlinge verhouding betreft, dan is dit van groot gewicht voor die verhouding. Wanneer dus bij een mierensoort een kleiner en donkerder ras ontstaat, terwijl de stamsoort grooter en lichter is, dan zal voor de Dinarda, die bij 't nieuwe ras leeft, elke variatie, die tot een verkleining van de lichaamsgrootte en donkerworden van de kleur leidt, van groot voordeel zijn; ten slotte zal deze als normale gast overblijven. Zoo'n geval bestaat werkelijk. Formica ruübarbis bezit een kleiner en donkerder ras, F. fusco—rufibarbis. Bij dit ras leeft nu de kleinste en donkerste der Dinardasoorten van Noord- en Midden-Europa, D. pygmaea Wasm.. Zoo weten we nu ook, hoe deze nieuwe soort ontstaan is. Na zeer interessante beschouwingen komt W, tot de conclusie, dat we in D. pyginaea een zeer duidelijk voorbeeld voor ons hebben van een tegenwoordig plaatsvindende soortvorming. De variëteiten en rassen die er toe leiden, zijn op verschillende trappen van ontwikkeling naar gelang van de verschillende geographische verspreidingsgebieden. Door hetzelfde ontwikkelingsproces moet echter ook de differentiëering der overige tweekleurige Dinarda's en die van alle Dinardasoorten, ook van het oorspronkelijk „Trutztypus" van Dinarda ontstaan zijn, want daarvoor behoeven we geen andere factoren van ontwikkeling aan te nemen dan die welke nog in werking zijn voor de ontwikkeling van D. pygmaea. Zie hier in 't kort weergegeven enkele punten uit de studie van Wasmann. Deze geleerde, die zoo bij uitstek op dit gebied thuis is, met tal van andere onderzoekers in verbinding staat en daarom in staat is de resultaten van een groot aantal waarnemingen te geven, gesteund door ingenieuse experimenten heeft hiermede een merkwaardige bijdrage geleverd, die zeker naast de proeven van Hugo de Vries mag genoemd worden. Toch meene men niet, dat W. nu ook

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 154

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's