1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 170
164 zij opgebouwd zijn, en ook zij moeten zich dus op eene bepaalde wijze ordenen. Nu kan door invloeden van buiten of door verandering in het gebruik der organen deze rangschikking veranderen en daardoor ontstaat dan verschuiving der cellen en een geheel nieuw evenwicht. Deze verandering doet echter ook in de kiemcellen haren invloed gevoelen, zoodat ook hier eene verschuiving der elementen plaats grijpt. In de kiemcellen worden dus de gemmariën als het ware met geweld ten opzichte van elkander bewogen en dit moet dan ook met de gemmen in de gemmariën het geval zijn. Op deze wijze stelt Haacke zich voor, dat uit dezelfde gemmen nieuwe gemmariën ontstaan, bloot door onderlinge verschuiving; uit deze gemmariën vormen zich dan nieuwe kiemcellen en daaruit ontstaan ten slotte weer nieuwe individuen. Aldus ontstaat dus een nieuwe evenwichtstoestand in het organisme, en kan men zich de erfelijkheid der verworven eigenschappen alleen door epigenesis en niet door praeformatie voorstellen. Als den Ur-vorm van alle organismen beschouwt Haacke dus het plasmakristal of de gemme, en als de grondwet voor alle organische ontwikkeling de wet van het organisch evenwicht. Deze wet beheerscht niet alleen de organische, maar ook de anorganische natuur; zoowel het physische als het psychische zijn op gelijke wijze aan haar onderworpen; zij alleen geeft aan Haacke den grondslag voor eene bevredigende mechanische wereldbeschouwing. Met Haacke gevoelen wij ons natuurlijk het meest aangetrokken tot de leer van de epigenesis en het kreatianisme, maar wij kunnen niet medegaan met zijne verklaring van de erfelijkheid der verworven eigenschappen. De fantasie speelt in zijne theorie een al te grooten rol, want al moge het denkbeeld van plasmakristallen of gemmen en de bouw der gemmariën zeer vernuftig gevonden zijn, Haacke brengt ons niet veel verder, als wij hem vragen, op welke feiten deze theorie werd opgebouwd. Al theoretiseerende en fantaseerende brengt hij eigenlijk in zijne praemissen juist, wat hij noodig heeft voor zijne theorie: een kristal met zuiver mechanische eigenschappen van aantrekking en afstooting aan de beide polen; wij zouden hem kunnen vragen, waar hij ooit protoplasma heeft gezien dat maar in de verte doet denken aan den kristalvorm. Indien de erfelijkheid van verworven eigenschappen mag worden aangenomen, dan wordt zij zeker niet voldoende verklaard door de kunstmatige theorie van Haacke. Maar laat ons zien op welke wijze Haacke in het derde deel van zijn werk aantoont, dat de geheele wereld met alles, wat er in is en geschiedt, wordt beheerscht door de wet van het evenwicht. Elk Ur-atoom heeft den wil en het vermogen om zich met alle andere
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's