1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109
103 den zedelljken toestand van een volk te bepalen. Rousseau heeft dit zonder twijfel gevoeld. Openhartig bekent hij, dat zijn bekroonde arbeid een zijner oppervlakkigste wetenschappelijke werken is, die uit zijn pen zijn gevloeid. Van een bepaUng èn van de wetenschappelijke ontwikkeling èn van den moreelen toestand van een volk geen sprake. Dapperheid in den krijg schijnt bij Rousseau voor het edelste zedelijkheidssymptoom te gelden — om maar één ding te noemen. De Fransche schrijver geeft niet meer dan den indruk weer, dien hij na een oppervlakkige beschouwing der historie van dit of dat volk heeft gekregen. Hij heeft zelfs de wetenschap en het zedelijkheidsverval van een volk volstrekt niet met elkander in oorzakelijk verband gebracht; hij zet ze in zijn betoog slechts los naast elkander. Den band toont hij niet aan. Het „post hoc" is per se „propter hoc." Rousseau haalt meerdere voorbeelden aan van kleine volken uit de oudheid, die zich met geen wetenschap inlatende getoond hebben dappere volken te z i j n . . . . doch dat hun wezenlijk moreel standpunt hoog stond, dat is hij in gebreke gebleven aan te toonen. Dat de kunsten en wetenschappen in Griekenland en Rome lange jaren hebben gebloeid, dat beide landen later in nationaal en zedelijk verval zijn geraakt, is buiten geding; maar het bewijs, dat die kunsten en wetenschappen de oorzaak zijn geweest van dat verval, is niet geleverd. Wij twijfelen dan ook, of het Rousseau werkelijk gelukt is demonstrare quod erat demonstrandum. Dat het hem niet gelukt is, kunnen wij hem om de opgenoemde reden allerminst kwalijk nemen. Gelijk wij reeds zeiden, is de bepaling van den invloed der beschaving bij beschaafde volken uiterst moeielijk, terwijl dit bij eenvoudige volken, die nog niet lang uit hun embryonalen „ur"toestand geëvolutionneerd, bezig zijn de eerste phase der beschaving door te maken, reeds niet gemakkelijk is. Wij zijn in staat dezen invloed bij een volk van de laatste categorie met een casus te illustreeren. Eenigen tijd geleden deelde op een driemaandelijksche vergadering der Nederl. Vereeniging tegen de Prostitutie een zendeling mede, wat hij met eigen oogen aanschouwd had van den invloed der beschaving op de zedelijke ontwikkeling van een volk, dat tot dusver buiten alle beschaving geleefd had. Toen deze zendeling dit volk de eerste maal bezocht, bestond er onder hen geen geordende maatschappij; men leefde in bosschen en holen. Er was j a . . . . scheiding in huisgezinnen; doch huisgenooten van één gezin, vader, moeder, kinderen van verschillenden leeftijd, van beiderlei kunne sUepen te zamen in één bed of liever in één hol door elkaar. Kleeding was er ongekende luxe. Nadat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's