1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 162
156 philanthropische vereenigingen, van welken aard ook, in welk land ook, die op de kerk stoelden, kwijnden, terwijl alle anderen die van het particulier initiatief uitgingen welig tierden. Met dit woord was het lot van de tweede vraag beslist. „'Veldwijk" zou uitgaan van het particulier initiatief, en „Veldwijk" staat daar als een inrichting die aan menige andere tot model gediend heeft. Nu, die honderden werken van barmhartigheid, de christelijke scholen, de zondagsscholen enz. enz., staan daar als een levend bewijs, dat God nieuwe banen heeft geopend, om het heerlijk werk van Zijn genade op aarde te voltooien. Zij bloeien thans als zelfstandige stammen, eenmaal in tak zichtbaar of in kiem verborgen in de kerk, thans van haar afgesplitst, als gedifferentieerde organismen. En dit schijnt ons goed, goed en wijs. Zóó is men van meer en beter werk verzekerd. De geloovigen van verschillende kerken slaan de handen ineen tot een gezamenlijk werk, wat één kerk op zich zelve niet vermag. „Veldwijk" ware nimmer door één kerkgenootschap tot stand gekomen, of hadde ten minste nimmer zulk een bloei ontplooid, als zij doet. Vele christelijke scholen bloeien, die niet tot stand gekomen zouden zijn, of een kwijnend leven zouden lijden indien zij van een kerk waren uitgegaan. Zoo zijn vele goede zaken tot stand gekomen, die anders zouden uitgebleven zijn. Men kan de wenschelijkheid der verdeeling van arbeid in verschillende organen niet beter vergelijken dan met die van de splitsing der wetenschap in meerdere takken. Hoe meer de wetenschap zich ontwikkelt, des te grootere splitsing in onderdeelen, des te meer differentiatie. En hoe grootere differentiatie, des te meer en fiauwkeuriger wordt gearbeid. Ik weet wel, daar staat ook een schaduwzijde tegenover: de nieuwe lichamion loepen gevaar, wat de christeliike belijdenis betreft, te verwateren. Maar ik zet daar dadelijk de lichtzijde tegenover, d. i. dat die verschillende christelijk-maatschappelijke vereenigingen even zooveel centra van samenkomst en samenwerken van broeders zijn, broeders wel van verschillende kerken, maar toch leden van hetzelfde huisgezin; centra waar onderlinge liefde wordt gekweekt. Deze lichtzijde laat zich zeker met de genoemde schaduwzijde meten, te meer daar de kerken blijven, wier taak is hunne alumni geestelijk te verzorgen, en op een vast standpunt te bewaren, van waaruit dezen de nieuwe vereenigingen leiden en houden binnen de gewenschte lijnen. Zóó wordt niet heelemaal de band tusschen kerk en stichtingen losgemaakt. Geestelijk en indirect blijft hij behouden. Men make uit het voorgaande niet op, dat het onze raeening is
I
^ '
' ' I
.] f i
'^ ]
i^ f
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's