1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24
20
de algemeene ontwikkeling van het organisme nog te weinig voortgeschreden is om het normale geslachtsleven te veroorloven. Het verloren gaan van de voortplantingsfunctie geschiedt eveneens op verschillende tijden. De neigingen bij steriele grijsaards geven ons nog een bewijs van de afwezigheid van harmonie, wat het verdwijnen van de geslachtsfunctie betreft. Hier stoeten we op verschijnselen, die het treffendste voorbeeld aanbieden van eene desharmonie in het menschelijk leven. Het is zooals de schrijver het uitdrukt: „l'absence d'un instinct de la vieillesse et de la mort naturelle." Tal van physiologische functies geven eene sensatie van voldaanheid en vermoeidheid na den arbeid. Na de vermoeienis van den dag gevoelt men instinctief de behoefte aan rust en aan slaap. Het zou even natuurlijk zijn, wanneer men na den volwassen leeftijd instinctief begeerde oud te worden en na den ouderdom rustig den natuurlijken dood afwachtte. En toch zien we het tegendeel. Het is eene uitzondering, dat men naar den dood verlangt en niemand ter wereld begeert oud te worden. Daar is dus blijkbaar eene tegenspraak met het geheel der natuurverschijnselen, eene desharmonie die merkwaardig is en die zooveel te meer onze aandacht vergt, doordat zij een zeer belangrijke rol heeft gespeeld en nog blijft spelen in het leven der menschen. De vrees voor den dood heeft sedert onheuglijke tijden het menschdom belang ingeboezemd en zij voorzeker heeft het denkbeeld van een toekomstig leven, van de onsterfelijkheid, doen opkomen. Dit denkbeeld heeft voor basis gediend aan de zoo verschillende religieuse opvattingen, die elkander in de geschiedenis zijn opgevolgd. Daar de gevorderde leeftijd altijd begeleid wordt door eene vermindering van het lichaamsgewicht, brengt men de seniliteit terug tot atrophic. Het is daarom noodig een blik te slaan op de atrophie, als datgene wat praedomineert in den ouderdom. In enkele vrij zeldzame gevallen bestaat de atrophie in eene volumenvermindering der cellen, zonder dat de samenstellende elementen verdwijnen. Vaker atrophiëeren de cellen geheel en dan neemt men tweeërlei manier waar. Soms worden de cellen in de vochten opgenomen, in andere meer voorkomende gevallen worden ze door de phagocyten gedigereerd. Bij de metamorphose van de Invertebrata en van de Amphibieën zijn tal van feiten aanwezig, die ons de belangrijke rol van de phagocyten in de atrophie aangeven. In de gedeeltelijke atrophie der rudimentaire organen zien we nog dezelfde wet gelden, b. v. de reductie van de lens bij Proteus in de grotten van Karinthië. In de physiologische atrophieën geldt dezelfde regel. Helme heeft
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's