1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 130
124 de psychische bron, waaruit alle zonden voortvloeien. Hoe ver het egoïsme gaan kan? Het is waar — 'tis de philosoof-pessimist die het zegt, maar wat hij zegt is schrikkelijk: „ik heb langen tijd", zegt Schopenhauer, „naar een „comble" gezocht, om mijn begrip van het grenzenloos egoïsme der menschen uit te drukken en haar eindelijk in deze formule gevonden: menigeen zou zijn evenmensch gaarne aan het braadspit willen steken om zijn vet voor schoensmeer te gebruiken . . . maar bij rijpe ervaring bleek mij", zegt de philosoof, „dat deze formule geen overdrijving is, maar werkelijkheid." Dat zulks in de praktijk gewoonlijk niet geschiedt, in den regel geen daad wordt, komt niet, oorspronkelijk door de braafheid van den mensch — maar door de genadige bewaring Gods. God draagt de wereld door Zijn algemeen bewarende liefde. Hij heeft blijkbaar geen lust in den dood des zondaars. Wij kunnen niet te slecht van den natuurlijken mensch en niet te lief van onzen God denken. Hierin wijken wij af van Lombroso. Wij breiden do „delinquente nato" veel verder uit; wij erkennen wellicht nog machtiger invloed van de zij van het atavisme; maar wij houden vast aan de sparende algemeene genade, waardoor de wereld nog gedragen wordt. Als God Zijn beschermende hand terugtrok, zou in weinig geslachten de aarde één groote zondepoel zijn en wellicht haar einde nabij. Maar het voorname verschil tusschen Lombroso en de christenheid bestaat in het besef van schuld en verantwoordelijkheid en toepassing van straf. Wij erkennen Gods gebod — Zijn overtreding is voor ons schuld. De nakoming van 't gebod ligt voor onze verantwoording. Lombroso cum suis erkent geen gebod, geen zonde, geen schuld; er is geen verantwoordelijkheid. De straf is volgens onze leer door God verordend om de gerechtigheid te handhaven en daarmede de orde en de zedelijkheid. De rechter spreekt geen straf uit, uit louter plezier, uit overeengekomen conventie of om den booswicht te kapittelen, maar hij doet dit in naam der Gerechtigheid, sprekende in de plaats van God. Ook wij hebben met den misdadiger wel terdege deernis, evengoed als Ferri; en wij hebben geen enkele reden om ons te verheffen boven den misdadiger. De nu eerzame vrouw zou in de plaats van de prostituee gekomen even slecht zijn geworden; de nu geëerde man, als hij in het vel van den moordenaar stak, die moordenaar zijn geworden. Weet gij wat Newton deed, toen hij een moordenaar naar het schavot zag gebracht worden: God danken dat hij daar niet ging;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's