Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 75

Bekijk het origineel

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 75

3 minuten leestijd

71 XIII p. 151 en XV p. 639). Volgens den eerste is 't onderscheid van mensch en dier in de taal gelegen. Door 't bezit der taal is de mensch tot hoogere ontwikkeling van zijn geest gekomen. De geschiedenis der taal is tegelijk de geschiedenis van den mensch en van 'tmenschelijk verstand. Hoe die ontwikkeling tot stand gekomen is, moet hij met een ignoramus beantwoorden. Daartegenover Wasmann die aanneemt, dat er geen bloot formeel, maar een wezenlijk verschil is tusschen menschelijk en dierlijk „Erkenntnissvermögen." De taal is niet de oorzaak van het abstractievermogen, maar 't abstractievermogen is de oorzaak der taal (zie ook Preyer, „Die Seele des Kindes"). Indien de dieren geen eigenlijke taal bezitten is dit 't beste bewijs dat ze geen abstractievermogen bezitten. Naast het beginsel der discontinuïteit in de verschijnselen moet het beginsêr der teleologie in de natuur geplaatst worden. Hierbij dient duidelijk uitgesproken te worden, dat we op een door God vastgestelde doelwerking het oog hebben. Tot de opvattingen, waarbij een geestelijke factor wordt verondersteld in het organische leven, behoort vooral het denkbeeld, dat de organische vormen de openbaring zijn van een idee. Maar hierbij dient wel onderscheiden te worden tus- . schen de pantheïstische en de theïstische opvatting. < Bij iedere idealistische opvatting van de natuur vinden we deze beschouwing, bij Plato, Hegel en Von Hartmann. De gedachte, het doel is het eerste, het bepalende, heerschende; de stof, de mechanisch j werkende krachten en wetten zijn alleen middelen, waardoor de doel-l einden bereikt worden. Met instemming citeeren we Woltjer (Ideëel en reéel) „de organische dingen ontplooien de idee" en op p. 48: „wij loochenen alzoo noch de realiteit van de stoffelijke wereld, noch de realiteit van het ideëele, maar handhaven de rechte verhouding: alles, ook de stof en de kracht uit God, maar eerst de idee, daarna de objectiveering der idee in het reéele." De beginselen, die we vooropgesteld hebben, moeten nu nader getoetst worden aan de feiten en gevraagd mag worden, welk deel haar toekomt voor den opbouw der natuurwetenschappen, waarbij dan speciaal de medische wetenschap nu en dan op den voorgrond zal gesteld worden. Sprekende over de verschillen in de materie en het protoplasma komen ons direct de namen Mechanisme en Vitalisme op de hppen. Een tijdlang heeft men gemeend dat de vitalisten geslagen waren en terwijl men dit nog op de college-banken hoort mededeelen, heeft' zich reeds het Neo-Vitalisme baangebroken en telt vele aanhangers ( onder de geleerden. Bunge schrijft: „Alle Vorgange in unserm Organismus, die sich mechanistisch erkliiren lassen, sind eben so wenig

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's

1901-1902 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 75

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1902

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 204 Pagina's