1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 39
33
Dit onderzoek heeft mij geleerd, dat iemands wereldbeschouwing hoofdzakelijk bepaald wordt — niet door zijn landaard, maar — door door zijn psychologisch standpunt. Als men twee schilders, immers met dezelfde oogen en met hetzelfde perceptie-orgaan tegenover eenzelfde landschap plaatst, doch op twee verschillende punten, dan zal het penseel van den eenen schilder iets anders op het doek brengen dan dat van den ander. Maar ook, zet men deze schilders op dezelfde plaats tegenover hetzelfde landschap, dan zal toch beider penseel niet geheel hetzelfde beeld teruggeven. Schilderen bestaat niet in een photographie nemen van een voorwerp. Het penseel geeft niet rechtstreeks het voorwerp terug in beeld; maar dit wordt eerst in den geest van den schilder opgenomen; daar ontvangt het de subjectieve wijding, als ik het zoo noemen mag, de wijding des kunstenaars, en dan eerst is het klaar om in beeld teruggegeven te worden. In den geest des schilders wordt het beeld geconcipieerd, om, daar gerijpt, op het doek geboren te worden. Het beeld wordt niet rechtstreeks gereflecteerd van het voorwerp, maar 't wordt psychisch gewijzigd — d. i. naar de individualiteit van den kunstenaar. Dit is de reden, dat twee schilders van hetzelfde landschap twee verschillende beelden zullen leveren, wijl beider geest, de psychische vorm- en werkplaats, niet identisch is. Evenzoo is het met de geschiedschrijving. Als gij de geschiedenis van de Republiek der Vereenigde Nederlanden leest van Motley, van Groen van Prinsterer of van Nuijens, dan krijgt gij drie verschillende histories. Ieder heeft onze Republiek bekeken van zijn standpunt, met zijn geest. Objectieve geschiedschrijving achten wij niet mogelijk. Nog minder dan men twee gelijke en gelijkvormige bladeren aan een boom vindt, vindt men twee gelijke geesten onder de menschen. Vanwaar die verscheidenheid? Deze hangt eerstens af van onzen oorspronkelijken aanleg, die weder tot herediteit, d. i. tot ons voorgeslacht terug te brengen is; en secundo van onze opvoeding, van het onderwijs, van de leiding in de eerste en latere jaren — hiervan af, op welke dingen wij van onze vroegste jeugd af gewezen zijn geworden, waarop wij geleerd zijn geworden onze aandacht, onze opmerkzaamheid te vestigen; hangt af van ons geheele verleden, van de wording van onze persoonlijkheid, van alle onze voorstellingen, de gezamenlijke herinneringsbeelden van vroegere waarnemingen, die de stof leveren voor ons associatievermogen. Zoo vormt zich psychologisch de mensch, en wijl geen twee personen met precies denzelfden aanleg geboren worden, en geen twee personen van hun eerste kindsheid af precies dezelfde waarnemingen zullen hebben, d. i. eenzelfde voorstellings-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's