1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 49
43
Het voortbestaan van het menschelijk geslacht. Onder dezen titel heeft Dr. F. E. Daübanton eene belangrijke studie het licht doen zien, welke wel theologisch van aard is, doch in verband met de quaestie, welke ons op de vorige vergadering bezig hield, ook voor ons van groot belang is. Bij de bespreking toch „Over het levensrecht der ongeboren vrucht", kwam als vanzelf de theologische zijde van het vraagstuk ter sprake. In deze studie behandelt Dr. Daübanton achtereenvolgens de drie theorieën hierover: Het Prae-existentianisme, het Creatianisme en het Traducanisme, waarvoor Daübanton liever den naam geeft van Generatianisme. De breede opzet, de historische ontwikkeling, de critische beschouwingen van elk dier theorieën deden me besluiten Daübanton niet op den voet te volgen, doch slechts te trachten het esseutieele weer te geven. Het Prae-existentianisme. Deze leer heeft onderscheidene aanhangers gehad, die allen instemden in dit thema: „vóór dat de eenheid „mensch" optrad, bestond de ziel reeds als afzonderlijk zelfstandig wezen." Op de meest verschillende wijze werd dit thema uitgewerkt door een Pythagoras, Plato, Origenes, Schelling, Pichte enz. Volgens de een b. V. was de ziel geschapen met bestemming voor het lichaam, volgens een ander was de incarnatie der ziel eene straf, het lichaam de kerker; terwijl een derde aannam dat het de vrije, zij het ook zondige daad van de ziel zelf was. Deze theorie, door Origenes in de Kerk gebracht, is in scherpe tegenspraak met wat de Bijbel leert over 's menschen schepping, zondeval en den organischen samenhang der menschen onderling, en werd in 533 door het concilie van Constantinopel verworpen. Het stof der aarde werd niet bezield door een prae-existeerenden geest die reeds was, maar God blies den adem des levens er in. Deze leer laat de zonde telkens en telkens weer in de wereld komen, terwijl de Schrift leert, dat de zonde in den historisch gegeven tijd ontstond door één mensch en dat in Adam allen gezondigd hebben. De menschheid is één groot organisch geheel. Het Prae-existentianisme ontbindt deze eenheid in een som van individuen, daar ieder op zichzelf door God geschapen zou zijn. Ook de opvatting, dat de incarnatie eene straf zou zijn, moet verworpen worden, daar juist de mensch (de innige eenheid van ziel en lichaam) het door God gewilde wezen is. Laat ons menschen maken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's