Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 105

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 105

2 minuten leestijd

99 De exacte waarde van de opeenvolging en de verdeelingen van het dieienrijk is' niet veel grooter dan de alphabetische rangschikking der wooiden in een lexicon. De vraag, hoe de trappen van het dieienrijk op elkander volgen, is empirisch niet te beantwoorden, omdat de zoöloog noch de waarde noch den afstand der trappen bepalen kan. De aanhangers der descendentietheorie kunnen alleen het vermoeden uitspreken, dat de verwantschap der 7 diergebieden misschien op de door Haeckel aangegeven wijze gedacht zou kunnen worden, juister opgaven zijn geheel uitgesloten. Ook de palaeontologie heeft de tusschenvormen tot nu toe tevergeefs gezocht. De aanhangers van Darwin gelijken in al hun doen op de theoretici in de middeleeuwen. De waarneming, waardoor op zekeren, inductieven bodem een systeem van kritisch onderzochte begrippen wordt gevormd, wordt veronachtzaamd. Zij hebben van den meester de algemeene idee der afstamming en verandering der organismen overgenomen en op scholastische wijze gecultiveerd door uit dat denkbeeld met dialectische methode.de onbekende feiten uit het verleden te deduceeren. De theorie van Darwin heeft de rationalistische, anthropomorphische reflectie in de beschrijvende natuurwetenschappen verbreid, terwijl zij aan de natuur de gedachten van het zoogenaamd gezonde menschenverstand onderschoof. Darwin en zijn school meenen, dat het nu doelmatige of nuttige of aangepaste vroeger niet doelmatig, nuttig of aangepast was en omgekeerd, dat er vroeger andere doelmatige inrichtingen waren, die bij de geologische veranderingen der aarde niet konden blijven bestaan en daarom door nieuwe betere afgelost moesten worden. Zoo zijn er dus naast elkaar nuttige eigenschappen, die door teeltkeus verbeterd werden en eigenschappen, die vroeger eens nuttig geweest waren, die door overerving blijven. Er zijn geen middelen om het onderscheid in praktische gevallen door te voeren, want de natuuronderzoeker kan het nut niet weten. Het is een subjectief begrip evengoed als het begrip „doel." Weissmann zeide: „daar de nuttigheid moet worden aangenomen, wanneer we de aanpassing willen verklaren, nemen wij ze aan." Wanneer men op de gedachte der nuttigheid ingaat, dan blijkt de fundamenteele fout van Darwin's school. De nuttigheid is een menschelijk oordeel naar de persoonlijke behoeften van het individu of van 't menschelijk geslacht bepaald, maar zonder waarde voor de studie der dierenwereld. De twee laatste hoofdstukken handelen over het eerste hoofdstuk van Mozes en de „moderne scheppingsmythe."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 105

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's