Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156

2 minuten leestijd

150 atavisten blijven echter bi) het'ras behooren en vormen ook na herhaalde selectie in atavistische richting veel meer 4-8chi]vige bladeren dan de normale roode klaver (of liever het wilde halfras van den roeden klaver). Slechte zaden geven atavisten, zeer goede extreme varianten. 1. De Linaria vulgaris hemipeloria is een erfelijk ras met semilatent kenteeken, dat onder duizenden bloemen meestal slechts enkele malen voor den dag komt. In wilden toestand is het zeer verbreid. 2. Uit dit ras kan de Linaria vulgaris peloria ^) ontstaan en wel onder tot nu toe nog onbekende voorwaarden. 4. Dit ontstaan is een mutatie, zij geschiedt „unvermittelt" en zonder zichtbare voorbereiding; in de exemplaren, wier zaden de mutatie toonen, komt het latente kenteeken niet vaker of sterker te voorschijn dan anders in het ras. 4. De mutatie kan zich in de op elkander volgende generaties herhalen. 5. De mutatie trad in ongeveer 17o der individuen op. 6. De mutaties vertoonen het kenteeken dadelijk geheel in al hare bloemen, al is 't ook met belangrijk fluctueerende variabiliteit. 7. De mutanten zijn in hoogen graad, maar niet geheel, „samenbestandig". De graad der erfelijkheid bedroeg ongeveer 90/^, misschien meer. Gemeenschappelijke kenmerken met Oenoth. Lamarckiana. Plotseling, „uuvermittelt" ontstaan, herhaald optreden, mutatie- coëffficient van ongeveer ll^, „Vollendung" van 't nieuwe type en diens hooge graad van erfelijkheid. Ook het ontstaan van Lin. vuig. peloria is een mutatie. Het is een mutatie van bijzonderen aard. De verandering strekt zich niet uit tot alle deelen der plant, maar beperkt zich tot de bloemen; in de jeugd zijn de beide typen niet te onderscheiden. Bij de mutaties van Oenothera vinden de nieuwe eigenschappen hare analoga in de soortkenmerken der verwante oudere soorten, bij Linaria bestaat zoo'n analogie niet. Integendeel, het nieuwe kenteeken der laatste komt als „variëteit" bij zeer talrijke andere, ten deele zeker niet verwante planten voor. Eindelijk treedt de mutatie der Linaria niet met andere tegelijk plaatselijk en tijdelijk beperkt op, maar afzonderlijk en verstrooid over misschien het geheele gebied van den raoedervorm en waarschijnlijk over den geheelen duur van het leven van dit ras. ') Komen actinomorphe (gestraalde) bloemen op de plaats T»n zygomorphe (zgdelings symmetrisch) voor dan worden gene Peloria genoemd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 156

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's