1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 72
66
medici zou daarin kunnen gevonden worden, dat zij dan iets hoorden, wat nog nergens aan de staatsuniversiteiten gedoceerd wordt. Voor juristen en theologen zou het niet ongewenscht zijn lacunes aan te vullen, die, doordat zij van biologie niet veel weten, nu en dan openbaar moeten worden. Een geheel andere vraag, die zich voordoet bij het lezen van de critiek van Kramer is deze, of hij niet een voorstandei' is van het z. g. n. „correctief". Wie eenmaal de grootsche gedachte, die Dr. Kuyper bezielde bij de stichting der Vrije Universiteit, goed begrepen en ingedacht heeft, zal zich tegen het „correctief" verzetten. Er kunnen echter omstandigheden zijn, die de uitvoering van een groot en mooi beginsel onmogelijk maken, zoodat men gedwongen wordt voor het betere het minder goede te nemen. Zijn de omstandigheden dan gunstig om dit laatste te verkrijgen, terwijl het eerste geheel en al onmogelijk zou zijn, dan kan het vaak plicht zijn het laatste aan te grijpen, omdat men daardoor zeker iets goeds kan doen. Het is moeilijk om dit alles in verband met de Vrije Universiteit ie behandelen, maar het zou zeker verkeerd zijn om iemand, die bekwaam was een professoraat te bekleeden, niet te nemen, omdat hij van positief christelijke beginselen is. Hij zou dan gepasseerd worden en moeten blijven wachten, misschien de beste jaren van zijn leven, op eene toekomst, waaiin men hem de mogelijkheid zou voorspiegelen, dat er misschien later aan de Vrije Universiteii zulk een leerstoel zou geopend worden. Indien we b.v. een eminent man hadden voor de natuurkunde, dan zou deze moeten wachten op een natuurkundig laboratorium, dat zeker voor de Vrije Universiteit eene groote flnancieele moeilijkheid zou geven. Niet vergeten mag worden, dat een onderling ophemelen niet noodig is onder Christenen, maar dat ook een onderling afbreken zeker allerminst gewenscht is. In de toekomst zou het nu kunnen blijken, dat ook onder onze mannen enkelen gevonden werden, die in staat zouden zijn een professoraat aan een der Staatsuniversiteiten te bekleeden en nu zou het wel mogelijk zijn, dat de hoogleeraren der Staatsuniversiteiten alleen het oog hadden op hen, die van gelijke richting waren en gelijk met hen dachten. De vreeze voor vrije studie en vrije wetenschap zou hen wel parten kunnen spelen. Ze zouden dan niet in de eerste plaats onder de Chiistelijke mannen zoeken en deze zelf zouden misschien ook kunnen verblind zijn door hun afkeer voor onderling ophemelen, en men zou genoodzaakt zijn door vrees van de tegenstanders en door niet zien (dat behoeft vol strekt geen naijver of iets dergelijks te zijn) van de medestanders, zijne toevlucht te nemen tot een der tegenstanders.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's