Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 151

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 151

2 minuten leestijd

145 erfelijkheid, de rassen die dit vertoonen worden te zamen tussckenrassen resp, halfras en middelras genoemd. Voeding en teeltkeus. Bij de meristische variabiliteit van Bateson geschiedt de fluctueerende variatie naar getallen, Daarbij is het niet het meer of minder optreden van een kenteeken maar de vraag, of bepaalde kenteekens op bepaalde plaats zichtbaar worden of niet. Er zijn andere gevallen, die zich nauw bij deze aansluiten, nl. die, waarbij men door mutatie actief geworden kenteekens heeft, die echter niet volkomen erfelijk zijn. Verder komen er ook mutaties voor, waarbij niet normale, actieve kenteekens op ongewone plaatsen komen, maar een actief worden van die kenteekens, welke in de reine soort alleen latent aanwezig zijn en de aanwezigheid alleen door een hoogst zeldzaam voorkomend, onregelmatig periodisch optreden verraden. Eindelijk kan ook de mutatie alleen in den overgang van een kenteeken, dat anders actiefis, in den toestand van gedeeltelijke latentie bestaan (bij bontbladerige planten b. v.). In al deze 3 gevallen de fluctueerende variatie der erfelijkheid van een kenteeken, dat door mutatie onvolledig actief geworden is. Zijn eenerzijds de polymorphie en anderzijds de mutabiliteit uitgesloten, dan wordt de geheele leer van de variabiliteit door de wet van Quetelet beheerscht. Daarnaast staat de erfelijkheid. De afwijkingen der afzonderlijke individuen van 't gemiddelde zijn erfelijk. Maar niet in volle mate, alleen onder gedeeltelijk verlies. Steeds vindt een regressie plaats, en deze bedraagt gewoonlijk meer dan de helft, vaak ongeveer ^/s der oorspronkelijke afwijking. Hieruit volgt de derde hoofdwet uit de leer der variabiliteit: de steeds voortgaande toename der afwiijking door middel van selectie. Deze toename, die vaak ook als ophooping van kleine verschillen in gelijken zin optredend genoemd wordt, leidt tot 'tzgn. accumuleeren en üxeeren der kenteekens en alzoo tot de veredelde rassen. Juist dezelfde afwijkingen van 't gemiddelde, die de statistiek ons leert kennen, kunnen toevallig of door proeven of door wisselende voedingsverhoudingen bereikt worden. Eigenschappen en organen, wier maten door teeltkeus kunnen stijgen of verminderen, zijn eveneens van de „Lebenslage" af hankelyk en in vele gevallen is 't moeilijk te beslissen welke oorzaak 't meest werkt. De grond der variabiliteitsverschijnselen hgt vnl. in het wisselen der zgn. individueele kracht. De individueele kracht wijst op de voeding, wanneer men dit woord in den meest uitgebreiden zin gebruikt en wanneer men nl. de gelegenheid zich beter te voeden door vrijeren stand, betere belichting enz. daarbij neemt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 151

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's