1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 108
102
Bijzondere Universiteiten en bijzondere Professoren. Prof. Holwerda uit Leiden heeft onder dezen titel eene belangrijke brochure in 't licht gegeven, die een teeken des tijds zou kunnen genoemd worden. Uit een kring, waaruit men zoo iets niet gewoon was, komt eene beschouwing, die in vele opzichten waardeering geeft aan andersdenkenden. Zoo onpartijdig, als hij maar bij mogelijkheid kan zijn, het is zulk een lastige zaak onpartijdig te zijn, zooals hij zelf zegt, wil hij een objectieve beoordeeling geven van de denkbeelden der tegenwoordige regeeringspartij in zake het Hooger Onderwijs. Het gaat dan om het jus promovendi aan bijzondere Universiteiten en het recht om bijzondere leerstoelen nevens die der Rijks-universiteiten te mogen oprichten. De klacht over eenzijdigheid der benoemingen, al wordt zij sterk overdreven, is niet geheel ongegrond. „Wie is de knapste, kan men dat op een goudschaaltje afwegen? O zeker, als er voor een professoraat een bepaald aangewezen man is, dan is de zaak eenvoudig genoeg. Maar hoe dikwijls is men niet verplicht iemand te kiezen enkel op hoop van zegen. Bepaal nu eens van twee menschen die geen van beiden iets gepraesteerd hebben, wie de knapste is. Alles hangt dan af van een dunk dien men uit gesprekken en in den omgang van iemand heeft opgevat. Hier sluipt subjectiviteit in het oordeel zeker al heel hcht binnen. Bovendien, men kiest dan altijd uit een zeer beperkten kring, uit den kring van hen die men persoonlijk kent, doch men weet niet of er niet nog geschiktere personen zijn onder degenen die men niet kent. Nu bestaat er zeker altijd meer aanraking tusschen lieden van eenigszins overeenstemmende levensrichting. Is de verzuchting, die ik eens in een katholiek blad las, zoo onbegrijpelijk: Wij wilden wel dat er ook van de onzen eens wat meer in hun jonge jaren „ontdekt" werden. Zoo bestendigt een professorencorps zich als van zelf eenigermate in eene bepaalde richting, zonder dat er nog aan eenige eigenlijke oneerlijkheid behoeft gedacht te worden." Men spreekt veel over de „ware" wetenschap. Maar ook deze moet wel exclusief zijn. Nu is het zoo, dat men de waarheid eener Goddelijke openbaring erkent of loochent. In 't eerste geval is men in het' bezit eener reeks onomstootelijke waarheden en het zou onverantwoordelijk zijn daarvan bij zijne onderzoekingen niet uit te gaan. Het eenige wat er op aankomt is in hoeverre men met den stelregel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's