1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 31
27
diepen indruk maken op den drager en zijne naaste familieleden. Ongetwijfeld schaamt men zich voor zulk een bezit en op alle mogelijke wijzen tracht men het te verbergen. Waarschijnlijk heeft men hier nog te doen met een overblijfsel van een oud bijgeloof, toen men deze dingen beschouwde als een eerste stap tot de metamorphose in een zoo gevreesden weerwolf. Aan de andere zijde zijn er ook voorbeelden van bekend, dat men het bezit van een staartvormig aanhangsel als een eere beschouwde en met zekeren trots wezen sommige koningen er op, dat hunne voorouders in het bezit van een staart waren. In het afgeloopen jaar werd weder een geval van staartvorming bij den mensch beschreven door Sernow bij een jongeling van 24jaar; deze had ter hoogte van den eersten sacraalwervel een kegelvormig uitsteeksel van 6 cM. lengte. Het had een zijdelingsche richting, was spiraalvormig opgewonden, dicht met haren begroeid en herinnerde over het geheel ook aan een varkensstaart. De man schaamde zich over zijn aanhangsel en drong daarom op verwijdering langs heelkundigen weg aan. Toen dit was geschied, bleek bij mikroskopisch onderzoek, dat het staartje uitsluitend uit vet en huid bestond; van spieren of beenderen was geen enkel spoor aanwezig, zoodat men ook hier met een zachten of valschen staart te doen bleek te hebben. Er waren sporen van spina bifida aanwezig en daarom gelooft Sernow hier met een pathologisch product te doen te hebben; ook Wiedersheim wees er op, dat zulke valsche staarten kunnen ontstaan hoogstwaarschijnlijk door locale splijting der wervelbogen. Op de plaats van den onontwikkelden wervelboog kan door verhooging van den intra-spinalen druk niet alleen een breukachtige uitstulping der meningen optreden, maar soms kunnen ook de huid en het onderhuidsch bindweefsel zakvormig worden uitgezet. Het optreden van valsche caudaal aanhangsels zou dan beschouwd moeten worden als beginnende herniae cerebro-spinales op een plaats met een onontwikkelden wervelboog Sernow spreekt zulks natuurlijk slechts als een vermoeden uit. Hij komt tot de conclusie, dat geen van de tot dusverre waargenomen gevallen van staartvorming bij den mensch als een verschijnsel van atavisme mag worden beschouwd. Zooals uit deze bijzonderheden blijkt, wordt door hen, die de staartvorming bij den mensch nauwkeurig hebben onderzocht, niet van atavisme gesproken, maar heeft men hier te doen met eene stoornis in de ontwikkeling, die zeer zelden bi] den mensch voorkomt en die geenszins er op wijst, dat de mensch zou afstammen van voorouders, die in het bezit van een staart waren. SCHEEMEHS.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's