1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 97
91 In plaats van de oude „materie" komt nu de „energie", terwijl de materie in een complex van in de ruimte gerangschikte energieën opgelost wordt. Nu moet dus de energie de psychische verschijnselen verklaren, het raadsel van de sphinx oplossen, die het materialisme verslonden heeft. De energetische oplossing van het raadsel is nu: de moeielijkheid van het parallelisme tusschen geest en materie komt alleen daarvandaan, dat men voor de physische wereld aannam, dat zij uit niets anders zou bestaan dan uit bewogen materie; in zulk een wereld kan toch de gedachte geen plaats hebben. Zij, die de energie als laatste realiteit aanzien, zouden van zulke onmogelijkheden niets gevoelen. Voltaire maakte zich vroolijk over de gedachte van Locke: denkende materie; evenveel pleizier zou hij misschien ook over de denkende energie hebben. Beschouwt men de energie voor de laatste realiteit, dan komt men op metaphysisch terrein, waar men dadelijk door de sphinx opgehouden wordt om zijn raadsel op te lossen. Nu zijn echter raadsels meestal menschelijke artefacten, waarmee de natuurwetenschap zich niet moest bemoeien. Zoo'n artefact is ook het raadsel van het psycho-physisch parallelisme, dat door het menschelijk denken geconstrueerd wordt, zoodra het over de ware werkelijkheid napeinst. Ostwald gaat er van uit, dat de menschelijke ervaring het „Inbegriff" van al het beleefde is en dat dit beleefde in zijn wezenlijke processen in ons bewustzijn is. De gewoonlijk gebruikte onderscheiding tusschen een wereld van binnen en van buiten beteekent een over de ervaring heen gaan, daar we ons in de eerste plaats alleen het inwendig beleefde bewust zijn en alleen ten gevolge van bepaalde eigenschappen een deel van dit inwendig beleefde aan de werking van een aanwezige buitenwereld toeschrijven. In dit geval is het raadsel van het psycho-physische parallelisme een metaphysisch bedrog, dat ontstaat, zoodra men over de ervaring heen gaat en twee verschillende beschouwingswijzen van dezelfde ervaring voor twee verschillende werkelijkheden aanziet. Het vitalisme beteekent de subjectieve of interne beschouwingswijze van hetgeen we beleven, het mechanisme de externe. Ja men zou kunnen beweren, dat de vitalistische beschouwingswijze, de meer eigenlijke en oorspronkelijke is, omdat zij zich tot het onmiddellijk beleefde bepaalt, terwijl de objectieve beschouwingswijze van deze oorspronkelijke wei'kelijkheid van onze ervaring abstraheert, over haar heengaat en bepaalde „Erlebnisse" aan de werking van een aanwezige buitenwereld toeschrijft, die zij zich als „existeerend" denkt. Alle wetenschap is door de menschelijke ervaring bepaald en beperkt ; wat niet ervaren, d. i. beleefd, kan worden, onttrekt zich aan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's