Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

2 minuten leestijd

142 merk betreft geheel gelijke exemplaren kunnen bl] het uitzaaien van de zaden geheel verschillend blijken te zijn. En wanneer, zooals het vaak voorkomt, twee verwante groepen zich alleen in een enkel kenteeken onderscheiden, dan kunnen hunne extreme varianten geheel gelijk aan elkander zijn. En toch blijken hunne zaden geheel verschillend te zijn. De studie der soortgrenzen is alzoo geenszins een zuiver beschrijvende. De op rijen van vormen gebaseerde groepeeringen hebben alleen voorloopige waarde. Eerst de statistische methode wijst de werkelijke grenzen aan en de beste methode is die der cultuurproeven. Door de statistische methode worden de gemiddelde eigenschappen bekend en anderzijds de afwijkingen. Deze afwijkingen zijn vaak zoo groot, dat zij de grenzen overschrijden. Dit is het verschijnsel der transgressieve variabiliteit. De grenzen worden overschreden, maar niet uitgewischt. De bekende systematische soorten der onderfamilie Onagra onderscheiden zich principieel niet of anders van elkaar dan de uit O. Lamarckiana nieuw opgetreden vormen. Beide groepen zijn analoog. De groep der Onagra-soorten staat tot de O. biennis als de groep der Lamarckiana-mutanten tot deze. De waargenomen mutaties, die herhaald opgetreden zijn in de culturen van De "Vries, laten maar een enkele verklaring toe, n.l. het aannemen van de aanwezigheid van aanleg tot die mutaties in latenten toestand in de schijnbaar normale individuen zijner culturen. Bij het eerste uitzaaien van de Lamarckianafamilie kwamen twee mutaties (Lata en Nanella), de volgende generatie gaf weer dezelfde afwijkingen met een andere. Deze „Aussaat" kwam van 6 zaaddragers, die ver van andere Oenothera's verwijderd gebloeid hadden, en alzoo alleen onder elkaar bevrucht konden zijn. Zij waren natuurlijk gekozen geworden zonder te letten op het uitzicht mutanten te leveren. Dat nu deze 6 zaaddragers weer dezelfde „Ungleichzeugungen" in hunne zaden voortbrachten als hunnn moeders, bewijst blijkbaar het voorhanden zijn van een in latenten toestand overgeërfde eigenschap. Dit geldt ook van de latere generaties en de overige cultuurfamilies. Elke keer traden uit schijnbaar normale voorvaderen weer dezelfde mutaties op. Het vermogen deze voor te brengen moet alzoo in latenten toestand overgeërfd zijn. Ware dit niet zoo, dan zouden drie feiten onverklaarbaar zijn: 1. dat in dezelfde „Aussaat" dezelfde mutatie vaak in twee of verscheidene of in talrijke individuen optreedt, hetzij uit de zaden van een enkele moeder, hetzij uit die van verscheidene zaaddragers;

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's