1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 128
122 in 't onbekende land voorwaarts te dringen, of om uit de hoogte licht te werpen op het veld, dat ons omringt, en orde en eenheid te brengen voor het oog van den waarnemer, die zonder het licht slechts eene wilde, ongeordende massa, een chaos kan bespeuren. En buitendien de toepassing van beginselen leidt tot het stellen van vragen, en het stellen van vragen is het eerste begin der wetenschap. Zonder beginselen, algemeene grondwaarheden, is wetenschap onmogelijk, wat echter niet .uitsluit, dat nader onderzoek de waarheid der beginselen waar men van uitging, weerleggen kan." Tegengesteld aan Haeckel en anderen, die zeggen, waar het geloof begint, houdt de wetenschap op, zou ik willen zeggen met Kuyper: dat de wetenschap begint, waar het geloof, het fundament, waarop gebouwd wordt, vooraf gaat. De eene stelt als grondprincipe de teleologie, de andere het causaal verband; de een is dualist, de ander monist of met andere woorden gezegd: de een is vitalist, de ander mechanist. De een stelt het bovennatuurlijke op den voorgrond, de andere het natuurlijke. De inhoud van het geloof moge beiderzijds een andere zijn, in het feit van gelooven heerscht geen verschil. Voor eigen overtuiging bestaat er natuurlijk slechts één wetenschap; vandaar de heftige bestrijdingen wederzijds soms. Doch zooals Kuyper^) zegt: „formeel is tweeerlei wetenschap te erkennen." Allerminst stel ik mij dan ook voor, het mechanische levensbeginsel weerlegd te hebben, zooals dit op voortreffelijke wijze door Huizinga ^) is geteekend. Slechts daar waar zij die de mechanische theorie voorstaan hun standpunt meenden reeds bewezen te hebben, in dit geval klier-secretie, darm-resorptie en lymph-productie herleid tot de physische wetten, daar is het me naar ik vertrouw, gelukt, aan te toonen, dat dit onjuist is. Indirect mag hieruit besloten worden tot het goed recht van het vitalisme, zooals het door Bunge en Rindfleisch verdedigd wordt. Huizinga, al deelt hij hunne meening niet, zegt dan ook: „Wanneer ook binnen de muren van Ilium zulke Cassandrakreten worden gehoord, dan eischen zij aandacht, dan zou het van lichtvaardigheid getuigen ze te ignoreeren." Over de waarneming zelf, over het goed geconstateerd feit, daarover is geen verschil. Beide theorieën worden daardoor opgebouwd. Dat echter het beginsel, waarvan men uitging, maar al te vaak van invloed is op het resultaat, dat men meent te krijgen, is maar al te 1) A. Kuyper. Encyclopaedie der heilige Godgeleerdheid. Bd. II, 1894. 2) A. Huizinga. Over Vitalisme en Mechanisme. Handelingen van het Vierde Nederlandsoh natuur- en geneeskundig Congres 1893.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's