1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 57
61 voren; in de deutero-adamitische daarentegen Gods transcendentie. Het herboren „ik" kent zich als hetzelfde „ik" dat eerst niet wedergeboren bestond. De palingenesie is niet „Solution de Continuité" van het bestaan, maar van de bestaanswijze. Te midden en boven de wetten der overlevering door teling, erkent het generatianisme Gods kracht van herschepping tot een nieuw leven. 8 Adam en Christus; de proto- en deutero-adamitische menschheid. Adam en Christus. Beiden zijn zij „hoofd". De eerste van de proto-, de tweede van de deutero-adamitische menschheid. Op hen blijft de christelijke gedachte gevestigd, telkens geboeid door overeenkomst èn door tegenstelling tusschen type en antitype. Adam was goed. Niet „volmaakt". Dat moet hij worden. Volmaaktheid in de creatuur is het goede geheel tot volle ontplooiing der inhaerente krachten gekomen. Adam is de menschheid. Potentiëeel zijn alle nakomelingen in zijne lendenen besloten. Nadat — niet omdat — hij gevallen was teelde hij kinderen naar zijn beeld. Omdat hij gevallen was, teelde hij kinderen die in zonde ontvangen en geboren worden; die niet theo-centrisch maar ego-centrisch leven. Met Adam viel zoo de geheele menschheid, wier hoofd, wier kiem, wier wezen hij was. Door de physisch-psychische afstamming is er solidariteit met Adam. Heel de proto-adamitische menschheid ligt vóór den vlekkeloos heiligen God als eene „massa perdita." Ze is dat werkelijk. God ziet haar zooals ze in werkelijkheid is. „Een Werthurtheil is onwaar, als het niet in een Seinsurtheil zijn grond heeft." Bavinck. Uit een giftigen wortel moet een giftboom opschieten; zoo ook zondaren geboren worden uit zondaren; en dat wel krachtens de in zich goede GodS'-^et der continuïteit en het zedelijk bestaan. Pelagiaansch onlogisch gewawel en sentimenteel geklaag: „hoe naar, hoe wreed is dat," zal ons van den goeden weg der waarneming, der ervaring en des nadenkens niet aflokken. Deze weg leidt tot pessimisme, ware er geen Evangelie, was Christus niet als Herschepper opgetreden. Christus is het vleesch geworden Woord. Zijne hemelsche prae-existentie verklaart zijne aardsche existentie. Hij komt in eene wereld, die eeuwen van geschiedenis had doorgemaakt, — in de volheid des tijds. Zijne roeping is in de eerste plaats tegen het anomie te strijden, het te verlossen, geestelijk te vernieuwen en het te heiligen. De Zoon des menschen volbracht Gods wil. Hij herstelt, wat Adam verdorven had. Hij is de Verlosser. Adam is hoofd en vader; de proto-adaniatische menschheid, ontwikkelt zich langs physisch-psychischen weg door voortteling. Christus is het Hoofd der nieuwe menschheid, niet haar Vader. De deutero-adamitische menschheid breidt zich niet uit door teling en geboorte maar door wedergeboorte. Er is eene /ïerschepping.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's