1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 55
49 substance simple, que le moi humain, cet clément identique de la personnalite humaine puisse être la resultante de deux facteurs?" (Grétillat), wordt weerlegd door hetgeen aangenomen wordt in onze „Belijdenis". Art. VIII: „De Heilige Geest (is) de eeuwige Kracht en Mogendheid uitgaande van den Vader en den Zoon." Art. XI: „Wij gelooven en belijden ook, dat de Heilige Geest van eeuwigheid van den Vader en den Zoon uitgaat, niet zijnde gemaakt noch geschapen, noch ook geboren, maar alleen van beiden uitgaande." Dit is een zuiver metaphysisch proces. Zóó ook ontstaat de nieuwe menschelijke ziel door een zuiver metaphysische actie bij gelegenheid van de physische telingsacte. Onduldbaar is het dualisme dat op theologisch gebied zich buigt voor mysteriën, die het op anthropologisch gebied, onder de leuze van spiritualisme niet dulden wil. Van een vervallen tot het mateiialisme geen sprake; integendeel neemt ze aan, dat heel de creatuurlijke schepping één afspiegeling is van wat in het Eeuwige Wezen door de drie Personen in volzalig liefde-leven doorleefd wordt (Cats). 5 de Hamartologie : De mogelijkheid van te zondigen was in den eersten mensch gegeven,— de werkelijkheid er van niet, veel minder de noodzakelijkheid er van. Adam zondigt, en al zijne nakomelingen zijn van nature zondaars; dat is de werkelijkheid. Het laatste is gevolg van het eerste. De erfzonde is een toestand, niet eene daad. Deze natuurlijke toestand is ons lot. Hoe nu vol te houden Gods rechtvaardig oordeel, niet slechts over werkelijke zonden, doch ook over de aangeborene, wanneer niet aangenomen wordt dat ook de ziel van Adam in alle menschen woont. De creatianisten kennen geen eigenlijke er/zonde, want de zielen staan volgens hen niet in genetisch verband. Zij moeten er toe komen om aan te nemen dat de stof drager is van het ethisch kwaad — doch ethische categoriën passen nu eenmaal niet op wat stoffelijk bestaat, en veel minder nog is aan te nemen dat de stof het ethisch kwaad op de niet stoffelijke ziel overdraagt. Het generatianisme alleen maakt het den theoloog mogelijk eene voorstelling van de erfzonde te geven, waarover de mannen der nieuwere biologie niet de schouders kunnen ophalen. Dat beteekent iets. Meer beteekent het dat deze theorie alleen ons in staat stelt de werkelijkheid der erfzonde te handhaven zonder Gods gerechtigheid te krenken, zonder het zedelijk geweten te kwetsen. In het eerste menschenpaar heeft God potentieel, in beginsel, heel het geslacht met al de daarin wonende krachten, gelegd. „Toen Adam viel, viel alle ziel in en met hem, evenals, wanneer
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's