1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 140
134 „Die organischen Körper unterscheiden sich nicht bloss von den unorganischen durch die Art ihrer Zusammensetzung aus Elementen sondern die bestandige Thiitigkeit, welche in der lebenden organischen Materie wirkt, schafft auch in den Gesetzen eines vornünftigen Plans mit Zweckmassigkeit, indem die Theile zum Zwecke eines Ganzen angeordnet werden, und dies ist gerade was den Organismus auszeichnet." En hieruit besluit Joh. Muller: „Die Zusammenzetsung der organischen Körper aus ungleichartigen Gliedern eines Ganzen nach dem Gesetze der Zweckmassigkeit lasst sogleich auch die Nothwendigkeit eines durchgreifenden Unterschiedes der aüssern und innern Gestaltung der organischen Körper und Organe von den unorganischen Körpern einsehen." Consequent hiermee vat hij de afzonderlijke organen, die absorptie en secretie veroorzaken (hij rekent hiertoe ook de long) samen als „Organe, welke die Mischung der Flüssigkeiten für den Zweck des Ganzen verandern." Zoo wordt de werking van deze organen niet bepaald en begrepen door de physische wetten, doch door de physiologische wetten. En om aldus aan het vooropgestelde doel te beantwoorden daarom is „die organische Endosmose, so ganz verschieden von der physikalischen Endosmose." „Mich überkommt oft genug die Empflndung, als treffe unsre heutige Physiologic der Vorwurf undankbaren Vergessens, wenn ich sehe dass der Name J. Müller's fast verschwunden ist aus der modernen physiologischen Literatur". (Heidenhain). De oorzaak hiervan blijkt, dunkt me, duidelijk uit de vele beschuldigingen tegen het vitalisme ingebracht. De levenskracht is een „woord om de onwetendheid te bedekken" (Zikel). Het vitalisme is een standpunt, dat het onderzoek „verlamt" (Hermann). De vitalist zelf loopt rond met een gat in zijn wetenschappelijk bewustzijn" (Huizinga). Doch het vitalisme is een theorie evenals het mechanisme. „In al die eeuwen zien wij de twee hoofdrichtingen, vitalisme en mechanisme, elkaar het terrein betwisten en beurtelings heerschappij voeren. De eerste maakt eene diepe kloof tusschen al wat leeft en niet leeft. Aan de eene zijde van die kloof heerschen levenskracht, archeus, spiritus rector — hunne namen zijn legio —, aan de andere zijde heerschen de gewone natuurwetten. Wat dezerzijds geldt, is generzijds niet van kracht; leven en niet leven mogen niet met denzelfden maatstaf worden gemeten, tusschen de verschijnselen in de levende wezens on die daarbuiten is een essentieel en fundamenteel verschil.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's