1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 95
89 Zoodra de lichamelijke „Bedingungen" der psychische verschijnselen vastgesteld moeten worden, is een psychologisch-subjectieve en een physisch-objectieve beschouwingswijze noodig. Een physiologisch waarnemer ondervindt tijdens het waarnemen: nieuwsgierigheid, verwachting, twijfel, zekerheid, lust, onlust; hij richt zijne opmerkzaamheid, maakt conclusies, kiest, beslist, handelt. Dit alles zijn werkelijk levensverschijnselen; ja men zou kunnen meenen, dat juist hierin het leven zelf zou bestaan, en niet in de gewaarwordingen-objecten. Men zou deze beschouwingswijze de eigenlijk vitalistische kunnen noemen. Nu is het de vraag, of dit specifiek vitalistische, zuiver subjectieve, d. i. op het subject zelf gerichte, gezichtspunt, uit de physiologic uit te sluiten is en aan de psychologie alleen moet toegewezen worden; men zou zelfs kunnen vragen, of zulk een gezichtspunt niet volledig te negeeren zou zijn. Deze vragen ter zijde gelaten, moet nagegaan worden of dit vitahstisch gezichtspunt feitelijk in de physiologic gebruikelijk en nuttig is. Dat is het inderdaad; lust en onlust, gevoelens en kiezende werkzaamheden worden aan de geringste levende wezens toegeschreven; de meest karakteristieke begrippen van de physiologic zijn juist van dit vitalistisch gezichtspunt uit gevormd: werkzaamheid, activiteit, ja zelfs de hoofdbegrippen der natuurwetenschap in 't algemeen hebben dezen oorsprong: kracht, energie. De uitsluitende aanwending van een enkele beschouwingswijze, b. v. de zuiver objectieve, zou een zoo „verzerrtes" beeld van het verband der levensverschijnselen ontwerpen, dat het ,einem wissenschaftlich unverdorbenen Menschen lacherlich erscheinen müsste". Men moet echter duidelijk erkend hebben, dat het hier gezichtspunten en beschouwingswijzen van den waarnemer zijn, niet bestaansvormen der ware werkelijkheid, zooals ze „an sich" is. Heeft men dienaangaande geen duidelijke meening, dan kan men licht de beschouwingswijze met de bestaanswijze verwisselen; zoo werd vnl. de zuiver objectieve beschouwingswijze voor de „objectieve" dat is „an sich" ware bestaanswijze van een organisme aangezien en de physisch-chemische of causaal-mechanische theorie der levensverschijnselen voor de „objectief" ware kennis van het eigenlijke wezen van het leven gehouden. Daar er nu maar één ware werkelijkheid zijn kan, werd de mechanisch materfahstische waan onvermijdelijk; öf er moesten twee principieel verschillende werkelijkheden, de zuiver objectieve en de zuiver subjectieve aangenomen worden, die in 't organisme onvereenigbaar en onbegrijpelijk naast elkander zouden bestaan. De strijd tusschen mechanisme en vitalisme, die in den laatsten tijd weer dreigt te ontbranden, is een strijd tusschen twee metaphysische
\
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's