1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 120
114 nehmen dass die Eigenthtlmlichkeiten der „halbdurchlassigen" Membranen sich als ausreichend erweisen werden, um uns die chemischen Unterschiede zwischen Blut und Secreten begreiflich zu machen." Noch microscopisch onderzoek, noch physiologische waarneming zijn deze meening gunstig; zoodat niets anders overblijft dan de oorzaak te zoeken in de levende cel zelf. Nog verschillende andere feiten spreken ten gunste van deze voorstelling. Zoo is het mogelijk onafhankelijk van den bloeddruk door prikkeling van de zenuwen de secretie op te wekken. En omgekeerd kan men de secretie doen ophouden door atropine of daturine of door bepaalde stofwisselingsproducten, trots verwijde capillaria. De „periodiciteit" der secretie is het meest physiologische bewijs voor de onafhankelijkheid der physische factoren. Nu is de gangbare meening inzonderheid doorLudwig en Heidenhain verdedigd, dat het secretie proces begint in de specifieke kliercel, deze zou het secreet afscheiden en passief zouden door den capillairwand nieuwe stoffen toetreden. Dit laatste is in strijd met de theorie over de lymph-productie later door Heidenhain verdedigd, waarbij aan de capillaircellen een actieve rol wordt toegekend. In verband met deze theorie over de lymphsecretie en op grond van histologisch onderzoek heeft Sihler in 1901 een nieuwe theorie opgesteld over de kher-secretie, welke m, i. thans aangenomen moet worden. Sihler laat het proces beginnen met de specifieke functie van het capillair-endotheel, dat onder den invloed van zenuwprikkels zou staan. Is aldus eene wijziging ontstaan in de samenstelKng van de lymphe, dan is deze de prikkel, waardoor de kliercel tot actie wordt gebracht, en aldus wordt het secretie-product in de uitvoerbuis afgescheiden. Of de specifieke kliercel zoo absoluut zonder zenuw-eindigingen is, als Sihler aangeeft, zou ik nog in het midden willen laten; doch dit is zeker, de zenuw-eindigingen om de capillaria komen tot hun recht, en verklaard wordt, waarom de hoeveelheid lymphe die uit de klier kan opgevangen worden, niet steeds even groot is, zooals Heidenhain ten onrechte nog aannam, en zooals zijne theorie dit eischt. De darm-resorptie. De opname van eitwit, koolstofhydraten en vetten uit den darm, evenals de opname van zoutsoluties geschiedt niet, zooals men volgens de mechanische theorie zou verwachten. Zoowel hypisotonische en isotonische als hyperisotonische oplossingen worden geresorbeerd. Nu heeft Hamburger uit het feit dat uit den darm of de peritoneale holten van een dood dier ook eene hyperisotonische oplossing opgenomen wordt, afgeleid, dat de resorptie van deze zelfde oplossingen in vivo op deze zelfde wijze geschiedt; doch
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's