Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126

2 minuten leestijd

120 zogen, infolge dessen scheiden sie in Zeitintervallen einen cumulatjv angesammelten grosseren Gehalt an festen Molekülen ab. Dies ist der Grund; warum Speichel und Ham eine grössere Konzenstration als das Blutserum aufweisen und warum infolge des Mehrgehaltes an festen Molekölen plus dem Capillardrucke auch der hydrostatische Druck der Se- und Exkrete denjenigen des Plasma's überwiegt." Zoo meent Zikel te staan op de vaste basis der inductieve methode: terwijl deze theorie voortvloeit uit eene verkeerde praemisse. Door eene enkele waarneming kan dan ook deze geheele voorstelling weerlegd worden: Het speeksel is hypisotonisch. Wel uiteenloopend zijn de meeningen omtrent de theoretische zijde van de quaestie. Zoo spreekt Wagner ') over de mechanische theorie als van „een nieuwe leer," van „een schitterend licht dat eerst de oogen verblindt," van „een hooger standpunt" pag. 57. Wagner meent hiertoe te komen „niet langs den weg der bespiegeling, maar langs den weg der analyse" (pag. 9). Volgens hem zijn er drie karakteristieke verschijnselen, die aan het leven verbonden zijn: n.l. beweging, stofwisseling en voortplanting, en deze zijn op mechanische wijze te verklaren. Hij begint met het eenvoudigste, de beweging en wel bij de kleinste wezens: „Gewisse Diatomeén lassen zu beiden Seiten ihres Körpers einen sehr feinen Flüssigkeitsstrahl austreten, wodurch sie nach Art des Segner'schen Wasserrades sich bewegen." Doch dit feit is geen bewijs tegen het Vitalisme, want Wagner spreekt slechts over den stroom, zonder aan te toonen hoe die ontstaat. Dien stroom kan de Vitalist niet mechanisch verklaren, en daarop berust zijne theorie. In het geheele betoog gaat Wagner dan ook niet op de bezwaren van den Vitalist in, zoodat deze bestrijding geen doel treft. Met zijne conclusie kan ik mij dan ook niet vereenigen; „Mit dem Gesagten habe ich ein Résumé gegeben über den Standpunkt, den die moderne Naturwissenschaft einnimmt der Prage des Vitalismus gegenüber. Man sieht, dass er verneinend ausfallt, dass man nicht an eine besendere, nur den Organismen eigene Kraft glaubt, vielmehr annimmt, die gleichen Energien, welche den Stein zum Verwittern bringen, seien auch das lebendige Agens im organischen Reich, es sei eben auch die Zelle nur eine der vielen Umwandlungen, welche im Laufe der Zeiten die ewige, Kraft und Stoff geheimnissvoll in sich paarende Materie erfahren hat."

1) Wagner. Vitalismus? 1902.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 126

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's