1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 111
105 betreft — voldoet en zeker toezicht wordt uitgeoefend op de benoeming der hoogleeraren. Men spreekt er van dat het aantal studenten aan de openbare Universiteiten zal afnemen, zoo bijzondere worden opgericht. Voor een ernstige zaak als deze mag dit niet gelden en bovendien dat zal wel meevallen. In 't belang van de vaderlandsche wetenschap is echter het oprichten van bijzondere Universiteiten, nieuwe versnippering van krachten, zeer zeker niet; bovenal heeft echter de opleiding, die onze jongelieden daar krijgen moeten, ééne groote schaduwzijde: de eenzijdigheid, die men aan onze Universiteiten naar hare tegenwoordige inrichting laakt, wordt daar tot beginsel verheven. De kerkelijke wetenschap kan leiden tot obscurantisme, de verlichte tot Jan Rappisme. In plaats van elkander na te loopen met mogelijke consequenties is het practischer de wederkeerige inwerking mogelijk te maken. „De kerkelijke kan uit het vooibeeld der andere kracht van beweging putten, en deze? Ik geloof dat, zoo als de zaken nu staan, zij aan haar zuster nog grooter behoefte heeft dan deze aan haar." De schrijver meent nu dat de volgende weg bewandeld zou moeten worden. Ieder erkend kerkgenootschap krijgt de vergunning een faculteit voor theologie te vestigen met jus promovendi, zonder dat de Staat er zich meer dah hoog noodig is mee bemoeit; op de keuze der professoren hebbe de regeering geen werkelijken invloed. Voor andere vakken verleene men dan aan Vereenigingen die waarborgen, dat het haar ernst is, de bevoegdheid bijzondere professoren aan te stellen. Zelfs zal het aan het wezen der zaak niets afdoen of men een meer zelfstandige inrichting van Hooger Onderwijs in het leven roept, mits deze zich slechts nauw bij een openbare aansluite en er eene aanvulling van zij. Zulke bijzondere professoren behooren voor alles het jus examinandi te bezitten; de student kiest dan den professor, waarbij hij examen heeft af te leggen. Een zeker toezicht op de benoemingen is hier van pas, al zal iedere Vereeniging voor Hooger Onderwijs bij de keuze van een titularis, dien hij naast de Eijks-professoren als bepaalde ver tegenwoordiger eener richting of beginsel wil laten optreden, wel steeds voorzichtig zijn. Men mag ook niet vergeten bij de beoordeeling van dergelijke benoemingen, dat ook bij de Rijks universiteiten niet zelden personen worden aangesteld, vooral op grond van verwachtingen. Het oude ideaal: de kinderen van één volk op één school, bleek niet voor verwezenlijking vatbaar te zijn. Op het gebied van Universitair onderwijs zou in deze richting iets te doen zijn. In ons land staan
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's