1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 91
85 op grond van de stofwisseling zou willen berekenen, zou in zijn berekening de hoofdfactor missen, n. 1. de levende machine zelf, met haar physiologischen potentiaal, dien hij evenmin bepalen als controlee.-en kan. Voor de berekening zou vooropgesteld moeten worden, dat de energetische toestand van het dierlijk lichaam gedurende de proef niet veranderde. Men zegt nu gewoonlijk: daarvoor moet de temperatuur bij 't begin en op 't einde der proef gelijk zijn. Maar dit is niet juist; men heeft tot nu toe geen middel ter bepaling van den energetischen toestand van het levend dierlijk lichaam, men kan het in 't begin en op 't einde van de proef niet verbranden om zijn energiepotentiaal als verbrandingswarmte te meten. Bovendien zou het mogelijk zijn, dat juist de physiologische, d. i. de energiepotentiaal, die door een prikkel kan vrij komen bij de verbranding, in 't geheel niet als verbrandingswarmte te voorschijn zou moeten komen, want in een materieel systeem zijn energiepotentialen denkbaar, die bij de verbranding van het systeem niet als verbrandingswarmte vrij worden. Om het begrip der levenskracht als bron van den dierlijken arbeid en de dierlijke warmte te bannen, heeft men er naar gestreefd te bewijzen, dat het principe van het behoud van energie voor de physiologie geldig was. Dientenbehoeve moest voorondersteld worden, dat het dierlijk lichaam een physisch-chemisch systeem was, dat zijn toestand tijdens de proef niet veranderde. Het oude begrip der levenskracht is door de algemeene beschouwingen van Robert Mayer reeds lang verlaten. Wanneer men in den zin van het neovitalisme van een levenskracht spreekt, dan heeft dit begrip niet de beteekenis van een kracht als energiebron, maar de beteekenis van een richtende of wetgevende kracht, zooals R. Mayer zelf bedoelde, toen hij de levensverschijnselen met een wondervolle muziek vergeleek, waarbij alleen in het samenwerken van alle instrumenten de harmonie ligt: in de harmonie alleen ligt het leven. Van physisch-chemisch standpunt of van energetisch standpunt uit kan men dit begrip niet gebruiken, omdat het van een geheel andere beschouwingswijze der vormverschijnselen uitgaat. Het zou verloren moeite zijn de geldigheid van het energieprincipe in de physiologie te bewijzen, omdat dit bewijs niet mogelijk is langs den weg, die tot heden toe ingeslagen is. De proef, die het bewijs zou leveren, zou zich moeten uitstrekken over het geheele leven van een individu, met de splijting van het ei beginnend en met de verbranding van het lijk eindigend. Indien zulk een proef mogelijk ware, dan zou zij kunnen toonen, dat de energieverandering door een organisme volgens de wet der aequivalentie geschiedt. En ook zulk een proef zou toch nog onvolledig zijn, omdat daarbij de energiepotentiaal onbe-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's