1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 118
112 Door het gebruik maken van glaspapier dat in verschillende dikte in den handel voorkomt, is het zeer gemakkelijk den invloed van de dikte op de membraan diffusie op exacte wijze na te gaan. Voor de physiologie heeft dit geen waarde, want zoodra vliezen van verschillende structuur worden vergeleken, b.v. van collodium en gelatine, houdt elk vergelijk met de dikte op. Dat ik het hier vermeld, is gelegen in het feit dat het tot dusverre nog niet was nagegaan en men vroeger twijfelde of het wel ooit op exacte wijze te bepalen zou zijn. Ten slotte heb ik eene methode aangegeven, om de veranderingen die het gevolg zijn van de wijzigingen, die het vlies tijdens het experiment ondergaat te berekenen, en deze fout tot een minimum te reduceeren. Groote waarde is in onzen tijd, nu het actuoele van de studie der membraan-diffusie voorbij is, hieraan niet toe te kennen. Volledigheidshalve zij het hieraan toegevoegd. De resultaten, verkregen bij de flltratie-'proeven, voor zooverre ze niet afhankelijk zijn van een bepaalde structuur der membraan, heb ik gemeend aldus te kunnen samenvatten. Het Altraat van eene zoutsolutie is (mits de membraan niet opgelost wordt) steeds, zij het ook soms uiterst gering, minder geconcentreerd dan het flltreerende. Kristalloiden filtreeren gemakkelijker dan colloïde stoffen, zoodat na filtratie de samenstelling van het gefiltreerd gewijzigd is: de concentratie van het zout minimaal hooger, doch die van de eiwitstoffen belangrijker lager. Bij verdund serum gelijkt het Altraat meer op het oorspronkelijke, dan dit bij onverdund serum het geval is, doch deze verandering in samenstelling is betrekkelijk gering; de quantiteit vermeerdert bij verdunning al blijft de druk gelijk. Verhooging van druk geeft vermeerdering van Altraat. Afhankelijk van een bepaalde structuur is het of deze vermeerdering proportioneel is aan dien druk, dan wel iets meer of iets minder. Hoe lager druk noodig is om zekere hoeveelheid te filtreeren, hoe geringer de weerstand is die de membraan biedt, des te gemakkelijker gaan alle stoffen door den wand heen en is de samenstelling meer gelijk aan die der filtreerende vloeistof. Zoodra de druk opgeheven wordt, of een even sterke tegendruk aangewend, houdt de filtratie op. Slechts zoolang drukverschil heerscht, werkt de faktor van druk. Dit drukverschil moet echter eene bepaalde grootte bereiken, voordat de filtratie merkbaar wordt. In vivo, althans de lymphvorming, zijn de condities zoowel voor diffusie gelijktijdig aanwezig. Cohnstein heeft in zijne transsudatietheorie nagegaan welk effect bereikt kan worden, als beide factoren
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's