1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 70
64
Zoodra men echter het goed recht opeischt voor de christelijke wetenschap en deze plaats naast eene niet-christelijke wetenschap, die beide van bepaalde beginselen uitgaan en daarom gelijkwaardig kunnen genoemd worden, dan komt er tegenstand en dan wordt juist het goed recht aan de eerstgenoemde ontzegd. Dit is niet gevoeld geworden door den schrijver en dat is ook het gebrek in zijn betoog, dat overigens veel goeds bevat. En nu nader ik de quaestie van Dale-Kramer. Indien ik noodig had te bewijzen, dat twee menschen, die principieel niet zoo ver van elkaar staan, toch over eenzelfde zaak zoo verschillend denken, dan zou ik de motie en hare bestrijding willen aanhalen. Gaarne zouden beiden zien, dat de Vrije Universiteit eene bloeiende natuurphilosophische en geneeskundige faculteit had, maar waar zijn de mannen en waar is het geld, zoo roepen zij Pernter na. Nu meent Van Dale, dat er ten minste iets te bereiken zou zijn, indien men op zijn voorstel inging en Kramer acht zoowel het voorstel als de toeUchting in de lucht hangend. De eerste, dat moet erkend worden, heeft te weinig met de praktijk rekening gehouden, maar de laatste heeft zich blind getuurd op practische resultaten, heeft gevraagd naar laboratoria en ziekenhuizen, alsof deze alleen zouden noodig zijn om het door Van Dale beoogde doel te bereiken. Ik ga met Van Dale mee, indien hij meent, dat het mogelijk is algemeene biologie b. v. te doceeren, zonder een Virchow, Van 't Hoff en Haeckel tegelijk te zijn, maar ik sluit mij bij Kramer aan, indien hij er voor waarschuwt zulk een man alleen theoreticus te laten. Beschouwen we nog eens het congres voor crimineele anthropologie, dat volgens Kramer door Van Dale zoo op den voorgrond zou zijn geplaatst, vanwege de zwijgende psychiaters daar vertegenwoordigd. Ik zou wel willen vragen, of dit in de toelichting te vinden is en of werkelijk bedoeld is, dat die docent zou zijn ,een gids voor ons allen" en „een gids voor de psychiaters". We moeten niet vergeten, dat naast een paar psychiaters ook medici-niet-psychiaters, ook theologen en eveneens juristen van onze beginselen leden van dat Congres waren. En het was de jurist Ferri, die daar vomeral zijne algemeen toegejuichte dwaalleeringen verkondigde. Nu zou toch, afgezien van de bezwaren, die in een vroeger stuk door mii genoemd zijn, niet verwacht kunnen worden, dat de psychiaters in de allereerste plaats daartegen te velde zouden trekken. Niet eene groote detailstudie, evenmin een groote kennis op het gebied der statistiek, zou onze psychiaters daar geholpen hebben, maar wel en waarom die juist bij hen verwacht moet worden, is niet duidelijk, eene ernstige studie van de algemeene biologie en wat daarmede samenhangt. De jurist Ferri, die goed op de hoogte
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's