Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29

2 minuten leestijd

25

Staartvorming bij den mensch. De staartvormige aanhangsels, die enkele malen bij den mensch zijn waargenomen, hebben steeds in bijzondere mate de algemeene aandacht getrokken. Velen meenden hier met een verschijnsel van atavisme te doen te hebben, waardoor weder een nieuw bewijs werd geleverd voor de dierlijke afstamming van den mensch. Men zag hierin een duidelijke vingerwijzing voor het feit, dat de voorvaders van den mensch dieren met een staart waren. Het Is met het oog op het groote belang der zaak waarschijnlijk niet ongewenscht om hier een en ander mede te dealen omtrent de voornaamste gevallen van staartmenschen, die tot dusverre werden beschreven. Reeds in oude reisbeschrijvingen worden volksstammen beschreven, die van een echten staart voorzien zouden zijn. Beter onderzoek heeft echter geleerd, dat men hier slechts met een spel der verbeelding te doen had. Meestal was er alleen een dierlijke staart, die op kunstige wijze om het lichaam was gebonden, zoodat daardoor de indruk van een echten staart ontstond. Ook werden primitieve kleedingsstukken gebruikt b. v. de huid van eene civetkat, die zoodanig om het lichaam was bevestigd, dat de naar achter gekeerde staart een deel van het menschelijk lichaam scheen te vormen. Het is vooral de groote anthropoloog Ranke uit Munchen, die er op heeft gewezen, dat staartvormige aanhangsels af en toe bij alle vol keren voorkomen, maar dat zij steeds beschouwd moeten worden als misvormingen, ten gevolge van stoornis in de ontwikkeling gedurende het vruchtleven. Merkwaardig is, dat zij nog het meest worden aangetroffen by Europeanen, terwijl zij bij wilde volksstammen weinig of niet worden gevonden. Inzonderheid de onderzoekingen van Bartels hebben in deze zaak veel licht verspreid en duidelijk heeft hij evenals later Kohlbrugge aangetoond, dat men hier te doen heeft met abnormaal ontwikkelde overblijfselen uit het vruchtleven. De vrucht heeft namelijk in een zeker tijdperk van hare ontwikkeling een omgebogen staartvormig einde, dat zich later strekt en dan een klein bultje vormt; later gaat dit bultje verloren, omdat de staart zich dan naar binnen kromt. Blijft dit bultje echter bestaan en strekt zich het einde later naar achter in plaats van naar voren, dan ontstaat van zelf door deze remming in de ontwikkeling een echte staart, In het jaar 1879 werd voor het eerst door Ornstein bij een Griekschen recruut een uitlooper van het onderste uiteinde van het heiligbeen gevonden; dit hing als een korte driehoek met den punt lood-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's