1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 50
44
Ten slotte moet van deze theorie gezegd worden, dat ze opgebouwd is uit speculatie, dat de empirische grondslag ontbreekt. Ten gunste van deze theorie kan gezegd worden, dat ze een protest is tegen het materialisme, aanvaardend dat de ziel onmiddellijk uit God is en dat ze 's menschen vrijheid, zelfstandigheid en verantwoordelijkheid handhaaft. Dit kan echter ook gezegd worden van de volgende theorie. Het Creatianisme. Deze theorie neemt aan, dat de mensch het Hchaam door zijne ouders ontvangt, doch dat de eigenlijke ziel telkens door God geschapen van buiten af wordt ingebracht, hetzij tijdens de conceptie (volgens de meesten), of volgens anderen op den 40^''='», 45^*«, 80^'^"^ dag, of zooals Aristoteles bij de eerste ademhaling. Als verdedigers van deze theorie moeten genoemd worden Aristoteles, Hieronymus, Pelagius, Thomas Aquinas, Calvijn, Kuyper en Bavinck. Daubanton erkent dat deze leer diaagster is van hoogst belangrijke waarheden. Scherp toch wordt de grenslijn getrokken tusschen geest en stof, en Gods souvereiniteit blijft gehandhaafd. Ieder nieuw geboren mensch is eene bijzondere openbaring van Zijnen wil. Met het oog op de leer der erfzonde acht Daubanton deze theorie bedenkelijk, want volgens den Creatianist wordt de ziel, die rein geschapen is, bezoedeld door aanraking met het lichaam; d o c h . . . . Hoe kan wat stoffelijk is zondig zijn en bezoedeling mededeelen aan hetgeen niet stoffelijk is. Het lichaam op zichzelf kan nooit subject zijn van zondigen, noch overbrenger van zonde. Erfzonde van ziel op ziel is er niet, daar iedere ziel opnieuw door God geschapen wordt. Aldus, besluit Daubanton, bestaat volgens het Creatianisme geen genetiesch verband tusschen onze schuld en die van Adam; terwijl toch de Schrift leert dat de misdaad van éénen de oorzaak was van de schuld, de zonde en den dood aller menschen. Daarbij komt nog het volgende bezwaar: de ziel is passief bij de vereeniging met het lichaam, zoodat de bezoedeling haar lot is, niet haar daad. Blinkt nu de rechtvaardigheid, de hefde Gods in het lot der bezoedeling, dat die reine ziel buiten haren wil ondergaan moet? Een beroep op de solidariteit des menschelijken geslachts kan den Creatianist niet baten; want de ziel staat buiten die solidariteit, als onmiddellijk door God geschapen. Volgens den Creatianist vormt de menschheid alleen naar het lichaam een geslacht, en is de stof slechts de eenige draagster van de eenheid van het menschelijk geslacht. Naar den hoogeren factor valt de mensch atomistisch uiteen. Van erfzonde kan daarom eigenlijk niet gesproken worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's