Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

2 minuten leestijd

143 2. dat het wezenlijk alleen van den omvang eener „Aussaat" schijnt af te hangen of zij mutanten bevat of niet; 3. het beperkte aantal van de optredende mutaties. "Wat niet latent voorhanden is, wordt ook niet zichtbaar. Waarschijnlijk is, dat de afzonderlijke latente eigenschappen, die bij mutaties zichtbaar worden, vroeger of later ook verloren kunnen gaan. De aanleg tot een ry van anomalieën kunnen in de Oenothera's in latenten toestand overgeërfd worden. Wanneer zijn de mutaties van O. Lamarckiana begonnen? Daarvoor zijn werkhypothesen noodig. Het begin der mutatieperiode wordt praemutatie genoemd. Aan elke mutatieperiode moet een praemutatieperiode voorafgegaan zijn, in welke de nieuwe eigenschappen, onder den invloed van uitwendige omstandigheden, latent ontstaan moeten zijn. In de verdere afdeelingen van het boek worden de mutaties zoowel volgens hare eigenschappen als naar den graad van hare erfelijkheid onderzocht. ') De mutatie bleek dan het geheele wezen der planten veranderd te hebben, het is iets, dat zonder voorbeeld ontstaan was. Toch was dat niet bij alle Oenothera-mutaties het geval, want de O. nanella was een dwerg vorm, zooals ze bij een groot aantal andere plantensoorten bekend zijn. Deze plant vormt een overgangsvorm tot de eigenlijke sprongvariaties, die in den tuinbouw zoo'n belangrijke rol spelen, want ook deze komen meest bij zeer verschillende soorten als herhaling voor. Bi] de Oenothera nanella is het de grootte, bij andere de kleur of beharing, die de verandering bij de meeste gewone sprongvariaties uitdrukt, vaak ook het regelmatig optreden van een kenteeken, dat anders geheel of ten deele latent is, zelden de versterking van een reeds voorhanden kenteeken. Zoo zouden de door sprongvariaties ontstane vormen ook vaak van atavistische natuur zijn. Voornamelijk komt in de 2'^^ en 8"^" aflevering van het werk de graad van erfelijkheid der mutanten ter sprake. Vroeger werd gezien, dat het de landbouw voornamelijk te doen is om de vorming van veredelde rassen door selectie van continue variaties, de tuinbouw om mutaties, die slechts geïsoleerd behoeven te worden, zonder dat daarbij de selectie een groote rol speelt. Toch zijn er uitzonderingen op dezen regel. Naast Oenothera scintillans

') MoU, Die Mntatlonstheorie, Biol. Centr«lblatt, 1902.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 149

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's