1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 122
116 druk ook als prikkel kan vlerken. Aan de collaterale circulatie schijnt, naar Talma's onderzoek •), locaal verhoogde druk vooraf te gaan. In dit geval is dan deze mechanische factor aanleiding tot de ontvs'ikkeling van nieuw capillair endotheel, en ligt het eenigszins voor de hand aan te nemen dat de druk blijvend een prikkel is voor het capillair endotheel. Niet slechts de samenstelling, doch ook de quantiteit van het bloed moet gelijk blijven. Veneuse stuwing, zoowel als actieve hyperaemie geven versnelden lymphstroom, doch dit mag daarom nog niet als bewijs gelden voor de mechanische theorie, want ook met de secretie-theorie is dit niet in strijd. De directe invloed van zenuwprikkeling zou eveneens direct bewijzend, zijn, doch ook dit is niet zoo gemakkelijk na te gaan. Nasse en Mensonides ontkennen deze werking wel: doch de proeven door hen verricht geven daartoe niet het recht. Meer pleitend voor de secretie-theorie dan voor de mechanische is het resultaat van injecties van de lymphagoga 2 rij n.l. van NaCl-, suiker- en ureumoplossingen. Wel moet toegegeven worden, dat ook hier verhoogde druk en veranderde samenstelling van het bloed oorzaak is, dat beide theorieën vermeerderde lymphstroom eischen. Doch dat de hoeveelheid lymphe, die meer dan zonder de injectie uit den ductus stroomt, grooter is dan de hoeveelheid die ingespoten is, laat zich moeilijk zuiver physisch begrijpen; evenmin als de enorme snelle overgang van deze lymphagoga uit het bloed in de lymphbanen. Vooral omdat de concentratie van deze stofifen in de lymphe overtreft de concentratie daarvan in het bloed. Hierbij komt nog dat de verhoogde druk van het bloed na injectie slechts kort duui't, ongeveer een half uur, en de versnelling van den lymphstroom veel langer blijft aanhouden. Een bijzondere waarde voor de secretie theorie hecht ik aan het resultaat bij ureum verkregen. De lymphagoga 1« rij zijn niet minder bewijzend voor de secretie-theorie. Noch druk, noch veranderde samenstelling van het bloed kunnen de groote werking verklaren. Er blijft dan nog ééne mogelijkheid, door Starling verdedigd, over voor de physische theorie, n.l. dat deze stoffen den capillairwand meer permeabel zouden maken, evenals Starling aanneemt, dat tijdelijke onthouding van bloed ook den capillairwand zou beschadigen. Tegen deze voorstelling is in te brengen, dat curare een gelijken invloed op de lymphe uitoefent als de lymphagoga P rij, althans in kleine hoeveelheden, in grootere doses tegengesteld, zooals ook bij de nier secretie het geval is. Dat is in strijd met de voorstelling, dat curare den wand
1) Talma. Ueber collaterale Circulation Pflüger's Arohiv Bd. 23, 1880.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's