1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 41
35 staan de dingen door en in zichzelven, m. a. w. is er in de natuur plaats voor een bovennatuurlijke kracht; hebben wij tegenover de transcendentie eene immanentie te stellen? b. Met betrekking tot de levende natuur: Bestaat er eene evolutie van het anorganische tot het georganiseerde en van het eenvoudigst georganiseerde leven tot het meest samengestelde schepsel? Of neemt men een schepping van al het geschapene aan door een Almachtigen en Alwijzen God? c. Met betrekking tot den mensch: Hoe is deze geworden? Stamt hij af van een uitgestorven diersoort, of is hij een onmiddellijke schepping Gods? En in verband met zijn afstamming, is hij essentieel een dier, of een naar Gods beeld en gelijkenis geschapen wezen? Hoe heb ik den actueelen mensch te beschouwen: als Kaïn hem beschouwt, die gezegd heeft: „Ben ik mijns broeders hoeder?" of naar het gebod des Heeren: „Hebt elkander hartelijk lief met een broederlijke liefde"? d. Met betrekking tot de maatschappij: Is deze het product van een menschelijk „contrat social", of eene door God ingestelde verordening? Hier hebben wij te letten op het wezen der kerk, op de instelling van het huisgezin als maatschappelijk element, op den oorsprong en het wezen van het recht, op het huwelijk enz., nam. of alle deze maatschappelijke instellingen verordeningen Gods zijn, dan zuiver menschelijke vindingen en met onderling goedvinden vastgesteld. M. H.! Gij voelt dat, naar het standpunt waarop gij u plaatst, op dat van gelooven of dat vsn weteu, gij tot eene geheel verschillende wereldbeschouwing komt. n. In de tweede plaats hangt iemands wereldbeschouwing hiervan af, of hij zich plaatst op het standpunt van het realisme of idealisme. De strijd tusschen realisme en idealisme is zoo oud als de wereld, d. w. z. als de wereldbeschouwing. Hier de pure realist, die enkel aanneemt wat voor oogen is, en van het bovenzinnelijke niet weten wil, echt sensualist, die eindigt in stofvergoding — daar de idealist, die bezig is aan de andere zij te overdrijven, van de materie niet weten wil, ja het bestaan der stof ontkent, de stof tot kracht verlaagt en de atomen laat opgaan in energiepunten, aanhanger van het psychisme, het verst strekkende pantheïsme. Is Plato den vertegenwoordiger te noemen van het volstrekte idealisme, in Aristoteles ontmoeten wij den betrekkelijken realist. Wij mogen niet uit het oog verliezen, dat er èn in het reëele èn in- het ideéele waarheid schuilt en dat beide beginselen recht van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's