1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 116
110 zich met dezelfde energie te bewegen, een eigenschap der moleculen en ionen bij de gassen reeds veel langer bekend. De wetten der diffusie en osmose zijn dan ook gelijk aan de wetten by de gassen gevonden. De weerstand, dien het oplossingsmiddel biedt, is oorzaak, dat het eindresultaat eerst zoo laat bereikt wordt. De osmose is een bijzonder geval van diffusie. De membraan, die de diffundeerende vloeistoffen scheidt, is de voorwaarde, waaronder het mogelijk is de ontzaglijke kracht der diffusie, welke anders verborgen was gebleven, te meten. Een wezenlijke rol, zooals men eerst meende, speelt de membraan niet in het proces, zooals bewezen wordt door de proeven, met semipermeabele membranen. Hiermede is echter niet gezegd, dat de wand zonder invloed is. Afhankelijk van hare chemische samenstelling en physische structuur, kan ze het verschijnsel der diffusie wijzigen. Terwijl de semipermeabele membraan slechts water naar de solutie doorlaat en wel in bepaalde verhouding tot het aantal moleculen en ionen in de oplossing voorhanden, laten de permeabele membranen een stroom naar beide richtingen door, zoodat niet alleen water naar de solutie gaat, doch ook de opgeloste stoffen naar het water. De verhouding waarin eene bepaalde hoeveelheid zout vervangen wordt door eene hoeveelheid water, wordt „osmotisch aequivalent" geheeten. Bij een zelfde vlies is de grootte van het osmotisch aequivalent afhankelijk van den aard der opgeloste stof. Bij een zelfde solutie hangt de grootte af van de chemische eigenschappen en de physische structuur van den wand. Daar nu de chemische eigenschappen en de physische structuur van de levende membraan onbekend zijn, zoo volgt hieruit terstond, dat aan het resultaat bij een bepaald vlies verkregen slechts eene betrekkelijke waarde mag toegekend worden voor de physiologic en geen absolute waarde, zooals vaak gedaan wordt. Met name zij hier genoemd de grootte van het osmotisch aequivalent. Wanneer we dan ook den een de voorkeur zien geven aan oude vliezen, den andere aan versche, als het leven meer nabijkomend, terwijl een derde een bijzondere waarde hecht aan de resultaten met vezelachtige membranen verkregen en een vierde slechts met homogene experimenteert, dan wordt het duidelijk, dat deze onderzoekers zich hebben laten leiden door subjectieve inzichten. Objectieve waarde hebben slechts die resultaten, welke niet afhankelijk zijn van een bepaalde structuur der membraan. Van Beek wil daarom voor de physiologic slechts waarde toekennen, aan die verschijnselen, welke afhangen van de veranderingen van de filtreerende vloeistof zelf, met name die het gevolg zijn van meerdere of mindere concentratie. Doch zoo wordt de waarde weer onderschat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's