1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 24
20
immutabel, maar onder honderd ongeveer is het hem toch gelukt een enkele te vinden, die zich in den muteerenden toestand bevond en aan alle te voren gestelde verwachtingen beantwoordde. Het was de Oenothera Lamarckiana, eene plant die zeer verwant is aan de bekende Oenothera biennifls en evenals deze uit Amerika afkomstig is. Zij wordt hooger dan Oenothera biennis, heeft veel groo tere en schoonere bloemen, en onderscheidt zich van haar nog in verschillende andere, ondergeschikte kenteekens. Zij komt bij ons wild voor, maar is dan waarschijnlijk eerst in de tuinen gekweekt en later wild geworden. Die plant had zijn opmerkzaamheid tot zich getrokken, omdat hi] vermoedde, dat eene snelle vermeerdering in een vreemd land misschien eene mutabele periode zou kunnen inleiden, een vermoeden, dat bevestigd werd. Ook vertoonden zich talrijke sprongvariaties als fasciaties, ascidien, en dergelijke. Ook ontdekte hij op het veld twee afwijkende vormen in tamelijk gering aantal. Zij onderscheidden zich van de Oenothera Lamarckiana in talrijke kenteekens en hadden geheel het karakter van nieuwe elementaire soorten (de O. brevistylis en de O. laevifolia, nergens beschreven of voorhanden bleken ook later uit zaden voortgeplant, geheel constant te zijn). In den herfst van 1886 werden 9 mooie rosetten van O. Lamarckiana door De Vries in zijn proeftuin te Amsterdam overgebracht. In den loop der jaren werden uit de zaden van deze 9 rosetten in 7 generaties ongeveer 50000 planten gekweekt en onder deze bleken ongeveer 800 afwijkende, muteerende planten te zijn, van welke men echter bepaald weet, dat zij sedert 1886 alleen normale Lamarckianavoorvaderen hadden. In 't jaar 1888 ontstonden uit het zaad der planten uit Hilversum ongeveer 15000 nakomeUngen, die Lamarckiana waren, met uitzonde ring van 15, waarvan tien een dwergvorm (O. Lamarckiana nanella) hadden en de andere vijf een type van breede bladen (O. Lamarckiana lata). — En zoo ging het verder. Hier waren het geenszins de gewone sprongvariaties, die bij de meest verschillende cultuurplanten in denzelfden vorm kunnen voorkomen. Alleen de Oenothera Lamarckiana nanella behoort hierbij. De andere mutanten dragen echter een geheel ander karakter, zijn niet door een enkel kenteeken, maar in alle deelen verschillend van de stamsoort. Tot die verschillen behooren: de vorm van den wortel, stengel en stam der bladen, de ontwikkeling der bladstelen, de groene kleur der bladen, de glans van hare oppervlakte; de kleur der nerven bij bladen, de uiteinden der kelken en vructiten, de vorming der bastvezels in den
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's