1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 117
Ill Er zijn toch nog andere verschijnselen, die onafhankelijk zijn van den aard der membraan, n.l. die welke aan alle membranen gemeen zijn, aan plantaardige en dierlijke, aan natuurlijke en kunstmatige, aan aan oude en nieuwe, aan vezelachtige en homogene. In het bijzonder is nagegaan de invloed van samenstelling, concentratie, temperatuur en druk. En dan blijkt, voor zooverre het de zuivere membraan-diffusie betreft, d. w. z. zonder dat druk aangewend wordt, dat door alle membranen de colloïde stoffen uiterst langzaam diffundeeren, in tegenstelling met de kristallolden, en dat ook deze laatsten onderling op bepaalde wijze verschillen, en wel zoo, dat wanneer een zout door de eene membraan langzamer diffundeert, het ook langzamer door een ander vlies gaat. Door elke membraan wordt eene zekere hoeveelheid opgeloste stof uitgewisseld tegenover eene zekere hoeveelheid water, zoolang de osmotlsche spanning van belde vloeistoffen verschillend is, doch zoodra de osmotische druk gelijk Is, houdt de uitwisseling op. Is de samenstelling dan nog niet gelijk, dan wisselen de opgeloste stoffen onderling, zonder verandering van volumen te geven. Eindresultaat is ten slotte gelijkheid in samenstelling; dit wordt nooit overschreden. De grootte van het osmotlsch aequlvalent Is afhankelijk van de grootte der porlén en van de diffusie-snelheid. Hoe trager een zout diffundeert des te grooter Is dus bij een zelfde vlies het aequlvalent en evenzeer hoe nauwer de porlén zijn des te grooter Is het. Hiermede zijn de grenzen van het osmotlsch aequlvalent bepaald. Wat de concentratie betreft. Indien deze niet al te veel verschilt, hiervan Is het osmotlsch aequlvalent onafhankelijk. Verhooging van temperatuur bespoedigt het geheele proces, zoodat het eindresultaat eerder verkregen wordt. Veel Invloed op de grootte van het aequlvalent schijnt het niet te hebben. Kürschner en Hamburger komen op grond van enkele proeven tot het besluit, dat nog een factor van Invloed is op de membraandiffusie n.l. de stroomsneldheld. Brasch neemt dit, zonder eenlg bewijs aan te voeren, maar aan. Mijne eigen proeven toonen aan, dat versnelling van den stroom, bij uitsluiting van verandering in druk en concentratie, geen invloed heeft op de uitkomst der proef. Alleen wanneer de versnelde stroom gepaard gaat met verandering in druk, zooals ook het geval Is bij de proeven van Kürschner en Hamburger, of wel met verandering In concentratie, wordt een ander resultaat verkregen. Doch In dit geval is het duidelijk, dat drukverschil en verschil In concentratie de oorzaken hiervan zijn. Of het gediffundeerde door praecipitatie direct wordt vastgelegd, of wel door den vochtstroom wordt weggevoerd, heeft dus op het diffusie-proces geen Invloed.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's