1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 109
103 „het geloof buiten de wetenschap" recht heeft. Indien dit zoo is, moet men toch de theologen uitsluiten. „Iedere theologie bouwt zich een wereld- en levensphilosophie op, op grond van een godsdienstige belijdenis of opvatting en zelfs op de beoefening der historische en hteraire valeken, die de theologie binnen haar kring getrokken heeft, — evenals er in de geneeskundige faculteit vakken gedoceerd worden die op zichzelf ook in een faculteit van natuurkunde zeer goed op haar plaats zouden zijn, — zelfs op deze studiën, waarbij de theoloog eigenlijk historicus en literator wordt, is de invloed van zijn godsdienstige denkwijze zeer overwegend." Ook bij de rechtsgeleerdheid komt de zedelijk godsdienstige opvatting ter sprake, zoodat het wetenschappelijkheidsargument tegen onderwijs op kerkelijken grondslag niet zoo heel veel uithaalt. Bovendien de „ware", die, wat reeds bedenkelijk is, een geschiedenis heeft, heeft ook wel het een en ander op haar kerfstok. Zoo heeft het rationalisme precies hetzelfde gedaan in vroegeren tijd, wat aan de kerkelijke Wetenschap ten laste wordt gelegd en deze richting gaat nooit te gionde. Niemand vermag één Universiteit naar absoluut geldende begrippen in te richten. Zij zal in hare organisatie steeds getrouw de meeningen en denkwijzen omtrent wetenschap, godsdienst en zedelijkheid afspiegelen, die in een bepaalden kring op een bepaalden tijd heerschende zijn. De geest, die aan onze Universiteiten zich afspiegelt, is ontstaan onder den invloed van de vrijheidsbegrippen van 1848 en door de hooge vlucht die de wetenschap genomen had. Ongeloovig was die geest zeer zeker, voor het minst niet geloovig in den zin der aloude kerkgenootschappen. Daartegen moesten de Katholieken opkomen. „In vroom protestantsche kringen was de stemming vaak een andere. Het spreekt wel van zelf, dat ook synodaal orthodoxen met den geest die aan onze Universiteiten ging heerschen, geen vrede hebben konden. Evenwel zij klampten zich vast aan hetgeen er in die inrichtingen nog protestantsch is overgebleven, en bleven haar getrouw als echte mannen der traditie, van een hooge, eerbiedwaardige traditie, de traditie van die oude Universiteiten, die in de heerlijkste periode onzer volkshistorie in het belang van den hervormden godsdienst gesticht werden. Het moet wel eene diepe, innige liefde zijn die aan de geliefde zooveel vergeven kan. Doch een gedeelte van de protestantsche bevolking en waarlijk uit een zedelijk oogpunt niet altijd het minste, gevoelde zich door een steeds breeder wordende klove van hare natuurlijke leidslieden gescheiden. Het was een dolende kudde zonder herder, totdat uit de kringen der hoogste intelligentie een leider tot hen kwam aan wien
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's