1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 92
86
paald zou blijven, waarmede de splijting van het ei begint en het zou twijfelachtig blijven, of de geheele energiepotentiaal van het dierlijk lichaam door zijn verbranding als warmte vrij komt. De eigenschap, die het meest karakteristiek is, waardoor zich een organisme bij objectieve beschouwing van de physisch-chemische corpora onderscheidt, is de aanhoudende veranderlijkheid en aanpassing. Er is aanhoudende verandering en toch gaat men daarvan uit, dat een organisme een bepaald geheel vormt, dat bepaalde reacties laat verwachten, juist alsof we bij een dier te doen zouden hebben met een physisch of chemisch lichaam of een machine. Het leven, zegt Gaule, is niet een proces, waarbij het organisme rustig blijft, voortdurend wordt afgebroken en opgebouwd. Het zijn alleen morphologische producten die steeds verdwijnen en altijd weer verschijnen. En daarin • bestaat de hervorming, die ik zou willen voorstellen. Het beeld, dat het organisme een machine zou zijn, moet opgegeven worden. Laat men zich het leven voorstellen als een scheikundig proces, die zich de instrumenten, waarin dit proces plaats vindt, zelf vormt. Dit beeld kan wel gebruikt worden, maar mag niet voor de werkelijkheid zelf gehouden worden. Ostwald heeft gezegd (Naturw. Rundschau, 1901^ S. 546) dat de chemie en physica niet in staat zouden zijn tot oplossing van het raadsel van het leven iets beslissends bij te dragen; hij wijst echter op de enzymen en op hun gewicht voor de physiologie. Het spook van de levenskracht schijnt nog altijd de rust van de wetenschappelijke droomen te storen en de beproefde tooverspreuk, dat in 't leven geen andere dan de bekende krachten werken, wordt nog altijd daartegen ingebracht. Nu zijn echter ook de enzymen tamelijk onbekende krachten; het zijn ook geen bekende stoffen; bekend zijn alleen hun werking, de exothermale splitsingsprocessen, wier onbekende oorzaken enzymen genoemd worden. Het is de vraag, of de energetische'beschouwing dit verband niet beter zou ophelderen dan de stoffelijkscheikundige. Oppenheimer definieert het begrip „ferment" als het materiëele substraat van een eigenaardiger! energievorm, die door levende cellen voortgebracht wordt en welke in staat is het vrijkomen van potentiëele energie van scheikundige stoffen te bewerken. Wat nu de oplossing van het raadsel van 't leven door onderzoek der enzymen aangaat, moet bedacht worden, dat de enzymen producten der celwerking zijn, het leven alzoo vooronderstellen en daaraan dienstbaar zijn. De levende cellen maken en beheerschen bepaalde processen, waartoe zij zich van eigenaardige agentia, de enzymen, bedienen; dat zijn echter juist alleen de exothermale splitsingsprocessen. De synthetische endothermale processen van opbouwen zijn
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's