Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121

Bekijk het origineel

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121

3 minuten leestijd

115 m. i. ten onrechte. Het eerste moet als een postmortaal verschijnsel opgevat worden of juister gezegd dit moet toegeschreven worden aan de veranderingen, die het weefsel ondergaat na den dood. Op de volgende wijze stel ik mij dat voor. De levende cel handhaaft haar bestaan tegenover hare omgeving; door een levensprincipe dat ik aanneem, dat in haar is, kan zij dit doen. Na den dood echter moet volgens de wetten der physische chemie in het bijzonder der diffussie een evenwichtstoestand komen; en dit uit zich door het vergroote imbibitie vermogen. Zoo komt het dat de pees van een dood dier opzwelt als het in serum van een zelfde soort dier gelegd wordt of in een 2/o NaCl oplossing; dit is een zuiver physisch verschijnsel. In vivo hebben we niet te doen met dit vergroot imbibitie vermogen, en zwelt de pees niet op. De resorptie dus van isotonische, hypo- en hyperisotonische oplossingen zoowel als verschillende andere verschijnselen, kunnen dus niet physisch doch alleen physiologisch verklaard worden. Ook de druk, waaronder vocht in een afgesnoerde darmlis, waarin een middenzout gebracht is, wordt afgescheiden, spreekt ten gunste van de theorie. Deze druk toch bedraagt hoogstens 23 mM. Hg. Wordt in een darntlis van een dood dier eene gelijke hoeveelheid van hetzelfde zout gebracht, dan stijgt de druk tot het 5-voudige, zoodat de wand ten slotte berst. Ook uit de samenstelling van het afgescheidene blijkt dat het darmsap is. Bovendien zijn er tal van andere waarnemingen nog, die in strijd zijn met het resultaat der physische proeven. Zoo is de verhouding van zoutresorptie en waterresorptie niet constant. Alcohol wordt sneller dan water opgenomen, suiker eerder dan zout. Glucose en maltose worden gelijk snel geresorbeerd, al is de diffusiesnelheid onderling zoo verschillend. Sterker nog, kalizouten diffundeeren sneller dan de natriumzouten, en toch deze laatste worden in vivo veel beter opgenomen. Verschillende oplossingen mogen isotonisch zijn, de resorptie van water uit deze oplossingen verschilt enorm. Om deze en meer redenen moet eene activiteit van de levende cel aangenomen worden, eene electieve celwerkzaamheid. De lymph-productie: Moeilijker te bewijzen was, dat het ontstaan der lymphe niet is een physisch maar een physiologisch verschijnsel. De lymphe toch gelijkt geheel op het Altraat dat men van bloedserum kan verkrijgen. De factor van druk bleek niet zoo bewijzend te zijn als a priori ondersteld was, omdat drukverandering in de arterie niet steeds eene drukverandering in gelijken zin in de capiharia geeft en omdat tevens ook andere factoren veranderen. Hierbij komt nog dat het -niet zoo ongerijmd is te denken, dat de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's

1903 Orgaan van de Christelijke Vereeniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland - pagina 121

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 januari 1903

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 166 Pagina's